COVID-19 en borstkanker

Na de daling van het aantal borstkankerdiagnoses als gevolg van de COVID-19 pandemie in het tweede kwartaal dit jaar lijkt het aantal diagnoses weer enigszins terug op het normale niveau. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van de diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De cijfers zijn bijgewerkt tot en met week 39 (21 september), effecten op de zorg door de nieuwe toename van het coronavirus zijn op deze monitor nog niet zichtbaar. 

Ontwikkeling in aantal diagnoses: Wat zien we?

Als gevolg van de COVID-19-crisis is er vanaf week 9 een daling in het aantal diagnoses van borstkanker te zien. Op het dieptepunt van de crisis (week 14-16) was het aantal borstkankerdiagnoses  met de helft gedaald, van rond de 420 patiënten naar rond de 220 patiënten per week. In totaal zijn er tot week 39 naar schatting ruim 2.000 borstkanker diagnoses minder gesteld. De daling wordt grotendeels verklaard door het tijdelijk stopzetten van het bevolkingsonderzoek, maar daarnaast ook (met name in het dieptepunt van de crisis) doordat patiënten met klachten minder snel naar de huisarts gingen, minder snel werden doorverwezen naar het ziekenhuis, of minder snel het diagnostische traject in het ziekenhuis doorliepen. Het stopzetten van de screening leidde ertoe dat het aantal diagnoses in met name de screeningsleeftijdsgroep is gedaald. Dat het stopzetten van de screening de grootste impact heeft gehad op de daling is ook te zien aan het feit dat de incidentie van de grotere tumoren nagenoeg gelijk is gebleven. Dit is zichtbaar in gegevens over de stadium verdeling die beschikbaar zijn tot en met week 17. Bij screening worden met name de kleine tumoren zonder klachten ontdekt. In alle leeftijdsgroepen neemt het aantal diagnoses in de laatste weken weer toe. De cijfers van de laatst gerapporteerde weken en met name de laatste week kunnen in volgende updates nog bijgesteld worden. 

Bevolkingsonderzoek

Het bevolkingsonderzoek borstkanker is op 16 maart (week 12) stopgezet. In het bevolkingsonderzoek worden vrouwen van 50-74 jaar eens per twee jaar uitgenodigd voor een mammografie (borstfoto). Normaal gesproken wordt bij ongeveer de helft van de patiënten in de leeftijdsgroep 50-74 de borstkanker via het bevolkingsonderzoek ontdekt. Omdat de gemiddelde tijd tussen de afname van de mammografie en de diagnose twee weken is, is dit effect pas zichtbaar in de cijfers vanaf week 14.  Vanaf week 14 zien we inderdaad dat het aantal diagnoses in de groep vrouwen die in aanmerking komt voor het bevolkingsonderzoek (groene lijn, 50-74 jaar) sterk is gedaald, en sterker dan in de overige leeftijdsgroepen. Het aantal borstkankerdiagnoses in deze groep ligt de laatste weken rond de 85% van het verwachte aantal. Dit kan mogelijk worden verklaard doordat het bevolkingsonderzoek begin juli met, gezien alle veiligheidsmaatregelen rondom Corona, een beperkte capaciteit is opgestart, en dat vrouwen met klachten vaker zorg zoeken. 

Wat verwachten we?

Gezien het bevolkingsonderzoek nog met een beperkte capaciteit werkt, zal dit de aankomende weken vermoedelijk terug te zien zijn in de cijfers. Ondanks dat het aantal diagnoses in de recente weken weer bijna op het oude niveau ligt, verwachten we dat het aantal diagnoses nog zal fluctueren. 

Tijdslijn

Monitoren

IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19-crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19