Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Zoekresultaten

Patiënten rapporteren bijwerkingen behandeling longkanker met smartphone In samenwerking met vijf ziekenhuizen is gestart met een implementatieproject voor het bijhouden van bijwerkingen en therapietrouw door patiënten met longkanker met behulp van een app op hun smartphone. Het gaat hierbij om de registratie van bijwerkingen gerelateerd aan chirurgische behandeling, chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie en/of radiotherapie. Patiënten rapporteren bijwerkingen behandeling longkanker met smartphone In samenwerking met vijf ziekenhuizen is gestart met een implementatieproject voor het bijhouden van bijwerkingen en therapietrouw door patiënten met longkanker met behulp van een app op hun smartphone. Het gaat hierbij om de registratie van bijwerkingen gerelateerd aan chirurgische behandeling, chemotherapie, doelgerichte therapie, immuuntherapie en/of radiotherapie. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat registratie van bijwerkingen leidt tot gezondheidswinst voor deze patiënten. Het project is mede mogelijk gemaakt met een subsidie van het Zorginnovatie Fonds. Dagboek-app geeft inzicht in bijwerkingen en ervaringen van patiënten Patiënten kunnen bijwerkingen van chemotherapie of een andere systemische therapie rapporteren via een dagboek-app. In een pilotstudie van IKNL geven patiënten aan dat zij het waarderen dat er aandacht wordt geschonken aan hun bijwerkingen via een dagboekapplicatie. De online terugkoppeling, waarbij in één oogopslag duidelijk is waar patiënten last van hebben, draagt bij aan de communicatie met zorgverleners. Ook vinden patiënten de dagboek-app prettig in het gebruik. Mies van Eenbergen (IKNL) en collega’s concluderen in het wetenschappelijke tijdschrift Supportive Care in Cancer dat het gebruikersgerichte ontwerp van de applicatie voldoende inzicht geeft in de persoonlijke ervaringen van gebruikers en inzetbaarheid van dit instrument. Bijwerkingen na prostaatkanker vooral geassocieerd met behandeling Bijwerkingen die mannen na behandeling van prostaatkanker ervaren, hangen vooral samen met de medische behandeling die zij hebben gekregen. Andere risicofactoren zijn complicaties tijdens de biopsie, aanwezigheid van comorbiditeit(en) en fysiek functioneren voor de behandeling. Dat blijkt uit een grote, population-based studie van onderzoekers van de Universiteit Twente, IKNL en collega’s uit Ierland en Noord-Ierland gepubliceerd in de European Journal of Cancer Care. De uitkomsten van deze studie kunnen worden gebruikt om patiënten en artsen beter te informeren over de risico’s op het ontstaan van bijwerkingen bij specifieke behandelingen. Meeste patiënten tevreden met informatie over haarverlies en hoofdhuidkoeling Patiënten die informatie krijgen over haarverlies ten gevolgen van chemotherapie (alopecia) en mogelijkheden om dit haarverlies te voorkomen of te verminderen door middel van hoofdhuidkoeling, zijn over het algemeen tevreden over deze informatie. Dat geldt in mindere mate voor patiënten uit de categorie 'actieve informatiezoekers'; bij hen is ruimte voor verbetering van de informatievoorziening. Dat blijkt uit onderzoek van Corina van den Hurk (IKNL) en collega’s. De bevindingen in deze studie zijn nuttig voor verpleegkundigen die patiënten moeten informeren over chemotherapie en kans op haarverlies en voor verpleegkundige protocollen. Vrouwen hebben na eierstokkanker vaak last van gastro-intestinale symptomen Een aanzienlijk deel van de vrouwen met eierstokkanker heeft na de behandeling last van gastro-intestinale symptomen. Hoge niveaus van dergelijke symptomen blijken samen te hangen met een lagere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en hogere niveaus van angst en depressieve klachten. Volgens Mark Rietveld (Radboudumc) en collega’s dienen zorgverleners zich daarom meer bewust te zijn van de impact van gastro-intestinale symptomen en deze vrouwen -indien nodig- door te verwijzen voor ondersteunende zorg. Effectieve instrumenten zijn onder andere cognitieve gedragstherapie en motiverende interviews, vooral bij vrouwen bij wie deze symptomen herinneringen oproepen aan eierstokkanker. Bewegingsinterventies hebben gunstig effect op vermoeidheid Bewegingsinterventies hebben statistisch significante, gunstige effecten op het verminderen van vermoeidheid bij (ex-)patiënten met kanker. Dat blijkt uit een uitgebreide studie (POLARIS) uitgevoerd door Jonna van Vulpen (UMCU) en collega’s uit Nederland, VS, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Australië. De waargenomen effecten zijn consistent ongeacht de demografische en klinische kenmerken van de deelnemers. Begeleide bewegingsinterventies blijken een significant groter effect te hebben op afname van vermoeidheid dan niet-begeleide. Mogelijk is dit het gevolg van betere uitvoering van de oefeningen, hogere therapietrouw, selectie van patiënten, trouwere monitoring en verschil in doelstellingen. Oncologische zorgverleners melden gebrek aan kennis hoofdhuidkoeling Hoofdhuidkoeling wordt nog altijd niet standaard aangeboden aan patiënten die hiervoor in beginsel wel in aanmerking komen. Eén van de oorzaken is gebrek aan kennis over de werkzaamheid en veiligheid van deze aanvullende behandeling, concluderen Mijke Peerbooms, dr. Corina van den Hurk (IKNL) en dr. Wim Breed. De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot de ontwikkeling van een nationale standaard voor chemotherapie geïnduceerde alopecia en het toepassen van hoofdhuidkoeling om deze bijwerking te verminderen.   ICPNQ-vragenlijst is valide instrument om perifere neuropathie te meten Chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie is een vaak voorkomende bijwerking bij patiënten met multipel myeloom die een negatieve invloed heeft op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van internist i.o. Tonneke Beijers (MMC, Veldhoven) en collega’s in Supportive Care in Cancer. De studie toont tevens aan dat de ICPNQ-vragenlijst, voluit de ‘Indication for Common Toxicity Criteria (CTC) Grading of Peripheral Neuropathy Questionnaire’, een valide instrument is om hoge en lage toxiciteitsscores in de klinische praktijk te onderscheiden. Op basis hiervan kan een arts –indien nodig- besluiten om de dosis chemotherapie aan te passen.  Meer neuropathie na chemotherapie bij ouderen met stadium III darmkanker Het verloop van een aantal sensorische symptomen is ongunstiger voor oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker die adjuvante chemotherapie hebben ontvangen dan voor patiënten die geen adjuvante chemotherapie ondergingen. Het gaat daarbij om tintelingen en gevoelloosheid in handen en voeten. Dat blijkt uit onderzoek van Felice van Erning (IKNL) en collega’s. Voor patiënten die behandeling met capecitabine en oxaliplatin ondergaan, is het beloop van gevoelloosheid in voeten ongunstiger en rapporteren zij vaker tintelende voeten dan patiënten behandeld met capecitabine monotherapie. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om patiënten te informeren over deze risico’s, zodat arts en patiënt een weloverwogen besluit kunnen nemen Aanvullend onderzoek nodig naar neurotoxiciteit bij multipel myeloom De ernst van chemotherapie-geïnduceerde neuropathie bij patiënten met multipel myeloom wordt vooral beïnvloed door behandeling met thalidomide. Hoewel dit middel niet langer tot de belangrijkste opties behoort bij de behandeling van multipel myeloom, blijft het terugdringen van neurotoxiciteit een uitdaging. Dat concluderen Tonneke Beijers (MMC, Veldhoven) en collega’s in een publicatie in Annals of Hematology. De onderzoekers pleiten daarin voor het gebruik van zelfgerapporteerde vragenlijsten om dosisaanpassingen in toekomstige prospectieve studies te begeleiden zonder afbreuk te doen aan respons op de therapie, waarbij ook aandacht dient te zijn voor aanpassingen voor milde neuropathie. Het doel van deze studie was het evalueren van door patiënten zelf gerapporteerde chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathieklachten (CIPN) en de samenhang met sociodemografische en klinische kenmerken. Daarnaast werd de invloed van dosisaanpassingen op de omvang van neurotoxiciteit bestudeerd. Bijwerkingen Neuropathie wordt beïnvloed door chemotherapie én comorbiditeiten Neuropathische symptomen (zoals tintelende handen en voeten) nemen toe naarmate mensen ouder zijn én bij de aanwezigheid van comorbiditeiten. Dat blijkt uit een studie van Floortje Mols (IKNL, Tilburg University) en collega’s van MMC, UMC Maastricht, AvL-NKI en Radboudumc. De onderzoekers vonden echter ook hogere CIPN-scores bij mensen uit de algemene bevolking met astma / COPD, diabetes, hartziekten, hypertensie, osteoartritis en reumatoïde artritis. Om beter inzicht te krijgen in de invloed van comorbiditeit(en) en/of chemotherapieën op het ontstaan van CIPN-symptomen bij kankerpatiënten is aanvullend onderzoek nodig.  Chemotherapie-geïnduceerde neuropathie: een onderschatte bijwerking Patiënten met stadium II of III dikkedarmkanker die behandeld zijn met platinumderivaten hebben veel last van bijwerkingen, waaronder chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie. Bij patiënten met multipel myeloom komen dergelijke bijwerkingen eveneens vaak voor, zo blijkt uit promotieonderzoek van Tonneke Beijers (Máxima Medisch Centrum). Genoemde klachten treden niet alleen op tijdens en kort na de behandeling, maar kunnen twee tot zelfs elf jaar later nog steeds voorkomen. Daarom is het belangrijk om deze klachten tijdig op te sporen, zodat behandeling van patiënten met een verhoogd risico -indien nodig- kan worden aangepast. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van PROFILES, het patiëntenvolgsysteem van IKNL en Tilburg University. Sensorische neuropathie blijft aanwezig na chemotherapie bij eierstokkanker Chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie heeft ernstige consequenties voor de kwaliteit van leven van (ex-)patiënten met eierstokkanker die eerder chemotherapie kregen. Uit onderzoek van Cynthia Bonhof (Tilburg University, IKNL) en collega’s blijkt dat motorische perifere neuropathiesymptomen twaalf maanden na de behandeling significant verbeterden, maar dat sensorische perifere neuropathiesymptomen bleven bestaan. Volgens de onderzoekers dient in toekomstige studies de focus te liggen op de invloed van verschillende behandelingen op het optreden van chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie en het voorkomen en verminderen van deze symptomen. Psychosociale gevolgen van onvermogen tot eten De psychosociale gevolgen van het onvermogen tot eten en ongewenst gewichtsverlies is binnen de oncologische en palliatieve zorg een onderbelicht thema. Patiënten met kanker kunnen door klachten vaak niet voldoende eten, met gewichtsverlies tot gevolg. Zorginstituut Nederland heeft in november bekend gemaakt subsidie beschikbaar te stellen aan IKNL voor het onderzoeksproject ‘Hij moet toch eten?’. Betere pijnbestrijding mogelijk via directe pijnregistratie door patiënt Patiënten zijn prima in staat om zelf de mate van ervaren pijn te registreren met behulp van een computer met touchscreen in de polikliniek gekoppeld aan het elektronisch patiëntendossier. Dat blijkt uit een studie van dr. Wendy Oldenmenger (Erasmus MC) en collega’s. Deze methode geeft goed inzicht in de pijnintensiteit van patiënten en biedt mogelijkheden om kankergerelateerde pijn te verlichten door middel van gerichte voorlichting, documentatie, maar ook voor de behandeling van deze pijn. Om de integratie van pijnbestrijding verder te stimuleren, stellen de onderzoekers voor geïntegreerde kankerpijnprogramma’s in te voeren op oncologische afdelingen in ziekenhuizen.  Patiënt met darmkanker én diabetes heeft meer last van neuropathie Patiënten met dikkedarmkanker én diabetes hebben meer last van neuropathische symptomen zoals tintelende handen en voeten dan patiënten met dikkedarmkanker zónder diabetes. Pauline Vissers (IKNL) en collega’s vonden geen verschil in behandeling tussen de dikkedarmkankerpatiënten met en zonder diabetes. Dit suggereert volgens de onderzoekers dat het hebben van diabetes leidt tot deze toename aan neuropathische symptomen ongeacht de behandeling met chemotherapie. Niet-deelnemers aan PRO-studies hebben slechtere overleving dan deelnemers De kenmerken van niet-deelnemers aan patiëntgerapporteerd onderzoek (PRO) kunnen significant verschillen ten opzichte van overlevenden die wél deelnemen aan dergelijke studies, blijkt uit onderzoek van Belle de Rooij (Tilburg University, IKNL) en collega’s. Daarin is een vergelijking gemaakt tussen sociaal-demografische & klinische kenmerken en overlevingscijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) met gegevens van deelnemers en niet-deelnemers aan PROFILES-studies. Dit betekent dat zelfs PRO-studies met een relatief hoge participatiegraad mogelijk gezondere patiënten vertegenwoordigen. Daarom zijn extra strategieën nodig om de participatiegraad van niet-deelnemers te verhogen. Patiënt met kanker én diabetes ervaart slechtere kwaliteit van leven Patiënten met kanker én diabetes ervaren een lagere kwaliteit van leven en hebben meer last van allerlei bijkomende klachten. Ook hebben deze patiënten een 30 procent hogere kans om te overlijden dan patiënten met dikkedarmkanker zonder diabetes. Dat blijkt uit het proefschrift waarop IKNL-onderzoeker Pauline Vissers vrijdag 22 januari 2016 promoveerde aan Tilburg University. Volgens de promovenda speelt een ongezonde(re) leefstijl een belangrijke rol bij deze patiënten. “Daarnaast maken patiënten met kanker én diabetes zich mogelijk meer zorgen over de ziekte kanker en schenken zij daardoor minder aandacht aan het omgaan met hun diabetes. Het gevolg is dat er meer aan diabetes gerelateerde complicaties kunnen ontstaan.” Minder vermoeidheid na bewegen tijdens chemotherapie bij dikkedarmkanker Patiënten met dikkedarmkanker die tijdens hun chemotherapie deelnemen aan een bewegingsprogramma onder begeleiding van een fysiotherapeut hebben na 18 weken en na 36 weken significant minder vermoeidheidsklachten vergeleken met patiënten die reguliere zorg krijgen. Dat blijkt uit een studie van Jonna van Vulpen (Julius Centrum UMCU), Miranda Velthuis (IKNL) en collega’s. Volgens de onderzoekers is bewegen tijdens chemotherapie veilig en uitvoerbaar. Echter, vanwege het geringe aantal deelnemers (33) aan deze trial is herhaling in groter studieverband nodig om deze uitkomsten te bevestigen.  Kankergerelateerde vermoeidheid: rekening houden met klassen en subtypen Patiënten die behandeld zijn vanwege kanker hebben vaak last van vermoeidheid. Uit onderzoek van Melissa Thong (AMC) en collega’s blijkt dat kankergerelateerde vermoeidheid ingedeeld kan worden in drie klassen met specifieke kenmerken. Dit betekent volgens de onderzoekers dat bij toekomstige interventies rekening gehouden dient te worden met deze subtypen kankergerelateerde vermoeidheid. Eerst is echter aanvullend onderzoek nodig om te kijken of de geïdentificeerde subtypen stabiel blijven of wijzigen tijdens de follow-up, omdat veranderingen gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van interventies.  Impact keratinocytcarcinomen op kwaliteit van leven van patiënten lijkt gering De impact van keratinocytcarcinomen (basaalcel- of plaveiselcelcarcinoom) en de behandeling van deze aandoening op patiënten is relatief laag, zo blijkt uit onderzoek van Lindy Arts (IKNL) en collega’s. Patiënten rapporteren dat hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven beter is dan die van een normatieve populatie. Volgens de onderzoekers is dat waarschijnlijk het gevolg van aanpassingsgedrag. Ten aanzien van tevredenheid en cosmetische resultaten van diverse type behandelingen vonden de onderzoekers geen statistisch significante verschillen. Zorgverleners kunnen deze kennis gebruiken om patiënten beter te informeren bij het kiezen van een behandeling. Onderhoudsbehandeling met CAP-B is beter, maar niet kosteneffectief Onderhoudsbehandeling met capecitabine en bevacizumab bij patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker levert betere gezondheidseffecten op gemeten in quality-adjusted life years (QALY’s) en extra kosten per levensjaar vergeleken met patiënten die observationeel worden gevolgd. Daar staat tegenover dat onderhoudsbehandeling leidt tot relevante verhoging van de medische kosten, zo blijkt uit een studie van M. Franken (UMCU) en collega’s. Hoewel in Nederland geen consensus bestaat over het hanteren van een drempel voor de kosteneffectiviteit van oncologische behandelingen, kan onderhoudsbehandeling met CAP-B volgens de onderzoekers worden beschouwd als niet-kosteneffectief. Gebruik ondersteunende zorg hoger bij jonge overlevenden darmkanker Jonge overlevenden van dikkedarmkanker maken vaker gebruik van ondersteunende zorg dan oudere overlevenden. Daarnaast hangt het gebruik van ondersteunende zorg samen met de gevoelde behoefte van overlevenden en met klinisch noodzakelijke factoren. Dat blijkt uit onderzoek van Jasmijn Holla (Reade), Joost Dekker (VUmc) en onderzoekers van IKNL. ‘Afgezien van de relatie met een jongere leeftijd lijkt het gebruik van ondersteunende zorg in Nederland heel billijk’, aldus de auteurs. Meer onderzoek is nodig om vast te stellen of er inderdaad sprake is van ongelijkheid in het aanbieden van ondersteunende zorg. Of hebben oudere overlevenden wellicht minder behoefte aan ondersteunende zorg?  Lagere incidentie hand-voetsyndroom bij S-1-therapie uitgezaaide darmkanker Therapie met het middel S-1 hangt samen met een significant lagere incidentie van het hand-voetsyndroom ten opzichte van behandeling met capecitabine bij Westerse patiënten met gemetastaseerde dikkedarmkanker. Dat blijkt uit een studie van J. Kwakman en collega’s gepubliceerd in de European Journal of Cancer. Bij geselecteerde patiënten kan behandeling, beginnend met fluoropyrimidine monotherapie, een geldig alternatief zijn voor combinatietherapie. Monotherapie wordt vaak gebruikt bij oudere of zwakke patiënten. Daarom mogen de uitkomsten van deze studie niet worden vergeleken met de resultaten bij patiënten met darmkankermetastasen in de algemene populatie. Circa derde kankerpatiënten heeft behoefte aan ondersteunende zorg Circa een derde van alle patiënten met kanker wenst of overweegt een verwijzing naar psychosociale en/of paramedische zorg. Dat blijkt uit een studie van Jolien Admiraal (UMC Groningen) en collega’s onder 1.340 patiënten met verschillende vormen van kanker. Kennis van risicovariabelen kan volgens de onderzoekers bijdragen aan het tijdig identificeren van mensen met een grotere behoefte aan ondersteunende zorg. Het gaat hierbij met name om patiënten die meer distress en/of meer praktische en emotionele problemen ervaren, die jonger zijn en om patiënten die onder behandeling zijn of recent zijn gediagnosticeerd.   Veranderingen en wensen in internetgebruik bij overlevenden van kanker Een aanzienlijk deel van de overlevenden van kanker in Nederland beschouwt internet als een belangrijke bron van informatie over hun ziekte. Hoewel het internetgebruik onder overlevenden de afgelopen 15 jaar met circa 25% is gestegen, blijkt er weinig te zijn veranderd in de prioriteiten en wensen ten aanzien van dit internetgebruik. Dat concluderen Mies van Eenbergen (IKNL) en collega’s. De wensen die overlevenden in 2005 hadden, blijken nauwkeurig overeen te komen met het feitelijk internetgebruik door de meeste ex-patiënten in 2017. Deze uitkomsten ondersteunen de overtuiging dat zorgverleners hun online diensten kunnen verbeteren en uitbreiden door deze nog beter af te stemmen op de behoeften van hun patiënten. Proefschrift over impact diabetes én kanker op behandeling en overleving Het aantal mensen met kanker én diabetes type 2 neemt sterk toe. De afgelopen 15 jaar is het aantal patiënten met deze combinatie in Nederland zelfs verdubbeld. Dit gegeven was aanleiding voor arts-onderzoeker Marjolein Zanders (IKNL) om onderzoek te doen naar de relatie tussen kanker en diabetes. Het proefschrift laat onder meer zien dat patiënten met dikkedarmkanker én diabetes minder vaak chemotherapie krijgen dan patiënten zonder diabetes. Daarnaast hebben deze patiënten de neiging minder trouw te zijn in het gebruik van glucoseverlagende middelen. Het gebruik van cholesterolverlagers lijkt bij te dragen aan een verbetering van de overlevingskans.  Impact BMI en middelomtrek op kwaliteit van leven na dikkedarmkanker Overlevers van dikkedarmkanker met een hogere BMI en een verhoogde middelomtrek rapporteren een slechter functioneren, een lagere algehele gezondheidsstatus en meer vermoeidheidssymptomen. Verder blijkt een verhoogde middelomtrek geassocieerd te zijn met een lager fysiek en sociaal functioneren, ongeacht de BMI-status. Dat staat te lezen in een publicatie van Pauline Vissers (IKNL) en collega’s in Nutrition and Cancer. De onderzoekers doen de aanbeveling om bij toekomstig onderzoek naar kwaliteit van leven rekening te houden met de BMI en middelomtrek. In studies ter preventie van overgewicht dient daarom naast gewichtsverlies, ook gelet te worden op de vermindering van het buikvet.  Leven met en na kanker De behandeling van patiënten met kanker gaat vaak gepaard met acute bijwerkingen, zoals misselijkheid, vermoeidheid, neuropathie of pijn. Ook kunnen patiënten te maken krijgen met uiteenlopende gevolgen, zowel op lichamelijk, emotioneel, als sociaal-maatschappelijk vlak. Deze gevolgen zijn ingrijpend en soms blijvend. Door vergrijzing en betere overleving neemt het aantal mensen dat leeft met of na kanker nog steeds toe. Goede zorg voor mensen die leven met en na kanker is daarom belangrijk, waarbij ook een gezonde leefstijl van groot belang is. Niet alleen patiënten worden geraakt; ook hun naasten ondervinden de gevolgen van kanker en behandeling van deze ziekte. Sibopmaat.nl geactualiseerd SIBopmaat.nl is een website met patiënteninformatie over bijwerkingen van oncologische middelen. De website is ook vrij toegankelijk voor patiënten en naasten. Alle veelgebruikte medicijnen zijn in de database opgenomen. Studie naar klinische relevantie van axillaire reverse mapping (ARM) Axillaire lymfeklierdissectie (ALND) bij patiënten met borstkanker kan bijwerkingen veroorzaken, waaronder lymfoedeem in de bovenste extremiteit. In april 2013 is een trial gestart in vijf ziekenhuizen in Nederland om de mogelijkheden van axillaire reverse mapping (ARM) te onderzoeken. Hiermee kunnen bijwerkingen mogelijk worden beperkt of voorkomen. Elisabeth G. Klompenhouwer en collega´s beschrijven in een artikel in Trials Journal de opzet van de studie. Verschillen in bestraling bij borstkanker tussen ziekenhuizen De diagnostiek en behandeling van borstkanker is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dit heeft geleid tot hogere overleving en kwaliteit van leven. Door gerichte inzet van behandeling kunnen bijwerkingen steeds vaker worden beperkt. Dit is ook steeds meer het geval bij radiotherapie (bestraling). Aanbevelingen voor het minder vaak inzetten van een extra dosis bestraling op de plek waar de tumor is verwijderd, genaamd boost-bestraling, zijn echter nog niet overal ingevoerd.  Niet standaard oxaliplatin bij ouderen met stadium III dikkedarmkanker Ouderen met stadium III dikkedarmkanker hebben eenzelfde voordeel van adjuvante chemotherapie wat betreft het verkleinen van het risico op een afstandsrecidief als jongere patiënten. Daarom dient adjuvante chemotherapie ook bij oudere patiënten overwogen te worden. Dat stelt Felice van Erning (IKNL) in haar proefschrift waarop ze woensdag 21 december promoveert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het promotieonderzoek toont tevens aan dat monotherapie met capecitabine in de dagelijkse, klinische praktijk beter door ouderen wordt verdragen en voor minder bijwerkingen zorgt, zonder beperking van de overlevingswinst. Combinatietherapie met oxaliplatin zou om die reden niet langer standaard mogen zijn bij oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker.  VARIATE: welke factoren beïnvloeden behandelkeuze slokdarm- of maagkanker? Welke factoren zijn van invloed op de behandelkeuze van patiënten met slokdarmkanker of maagkanker? En welke invloed oefenen zorgverleners en patiënten uit op dit besluitvormingsproces? Deze vragen staan centraal in de VARIATE-studie, een kwalitatief én kwantitatief onderzoek, met als doel een zo compleet mogelijk overzicht van dit proces te krijgen. De focus is daarbij niet alleen gericht op curatieve behandelingen (met kans op serieuze bijwerkingen), maar ook op het bewust afzien van een curatieve behandeling & een betere kwaliteit van leven op korte termijn. Het onderzoek wordt uitgevoerd door IKNL in samenwerking met het Catharina Ziekenhuis en elf ziekenhuizen met uiteenlopende zorgprofielen. Vaker klachten na uitwendige radiotherapie bij endometriumcarcinoom Vrouwen met endometriumcarcinoom die uitwendige radiotherapie kregen, hebben 7 jaar na die behandeling meer last van darmklachten met een impact op hun dagelijkse activiteiten. Ook hebben zij vaker te maken met andere klachten, zoals aandrang om naar het toilet te gaan. Hoewel deze symptomen en klachten niet direct leiden tot een slechtere algehele kwaliteit van leven, is het delen van deze informatie met de patiënt wel belangrijk. Verder adviseren Stephanie de Boer (Leiden UMC) en collega’s uitwendige radiotherapie alleen toe te passen wanneer de voordelen opwegen tegen de risico’s van bijwerkingen.  Fysiek actieve overlevenden multipel myeloom hebben betere kwaliteit van leven Overlevenden van multipel myeloom die fysiek actief zijn, hebben een statistisch significant hogere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en hebben ook minder last van vermoeidheid en late bijwerkingen dan niet-fysiek actieve overlevenden. Deze bevindingen kunnen volgens een groep Italiaanse en Nederlandse onderzoekers bijdragen aan een beter begrip van de relatie tussen fysieke activiteit, ziektespecifieke aspecten en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij overlevenden van multipel myeloom. Aanvullend onderzoek is wenselijk om de gunstige effecten van fysieke activiteit op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij deze patiënten te verduidelijken. Steun voor onderzoek naar voeding en beweging bij prostaatkanker Een aanzienlijk deel van de opbrengst van Ride for the Roses gaat dit jaar naar wetenschappelijk onderzoek naar het effect van voeding en beweging om bijwerkingen te beperken tijdens hormonale behandeling van prostaatkanker. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Sandra Beijer en Maarten Overkamp (IKNL) in samenwerking met Maastricht UMC, Máxima MC en Jeroen Bosch Ziekenhuis.  Nieuwe EORTC-vragenlijsten voor meten kwaliteit van leven lymfeklierkanker Vier nieuwe EORTC-vragenlijsten kunnen bijdragen aan het monitoren en evalueren van de kwaliteit van leven van patiënten met hodgkinlymfoom, hoog- of laaggradig non-hodgkinlymfoom en chronische lymfatische leukemie. De modules zijn ontwikkeld in EORTC-verband door een internationale groep onderzoekers onder leiding van Lonneke van de Poll-Franse (IKNL, NKI, Tilburg University). Hoewel de psychometrische eigenschappen van de vragenlijsten nog uitgebreider worden getoetst, moedigen de onderzoekers artsen nu al aan gebruik te maken van deze modules voor het monitoren van eventuele bijwerkingen bij de behandeling met nieuwe medicijnen en kwaliteit van leven van deze patiënten.  Incidentie, resultaten en prognose van 25 jaar behandeling chondrosarcomen De incidentie van het chondrosarcoom is tussen 1989 en 2013 toegenomen van 2,9 naar 8,8 per één miljoen inwoners. Dat blijkt uit onderzoek van Veroniek van Praag (LUMC) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. Er is vooral een toename in laaggradige tumoren, mogelijk door de introductie van nieuwe, beeldvormende technieken en vergrijzing van de bevolking. Synchroon met de gestegen incidentie nam het aantal curettages toe, maar het veronderstelde preventieve effect van deze behandeling op het aandeel hooggradige tumoren bleef achterwege. Aanvullend onderzoek blijft nodig naar de bijwerkingen en potentiële voordelen van curettages. Grote veranderingen in behandeling positieve okselklieren bij borstkanker Uitzaaiingen in de okselklieren zijn een belangrijke prognostische indicator bij patiënten met invasieve borstkanker. Voorheen werden alle okselklieren chirurgisch verwijderd, wat tot serieuze complicaties en bijwerkingen kon leiden. Met echogeleide okselklierbiopsie of een schildwachtklierprocedure kan nu nauwkeuriger worden vastgesteld of er wel of geen uitzaaiingen in de oksel aanwezig zijn, zodat een okselklierdissectie achterwege kan blijven. Nicole Verheuvel promoveert 21 juni op een proefschrift, waarin ze de paradigmaverschuiving beschrijft sinds de introductie van deze technieken. Er bestaan echter nog grote verschillen bij de behandeling van diverse groepen patiënten met positieve klieren, waardoor een okselklierdissectie soms noodzakelijk blijft. Méér informatie over kanker en gevolgen na behandeling niet voor iedereen het beste Veel mensen krijgen na de behandeling van kanker te maken met vervelende bijwerkingen of emotionele klachten. Helaas is niet iedereen daar goed op voorbereid. Daarom is er steeds meer aandacht voor het geven van de juiste informatie over de ziekte, behandelingen en mogelijke klachten in de toekomst. Ook de federatie van kankerpatiëntenorganisaties NFK wees recent weer op het belang hiervan. Maar de toepassing hiervan luistert wellicht nauw, dat blijkt uit onderzoek van Tilburg University en IKNL. Patiënten met een hoge informatiebehoefte hebben zeker baat bij deze informatie, maar bij anderen kan het leiden tot meer angst en zorgen. Longkanker Nederland & IKNL: Patiëntenperspectief bij longkankerzorg Patiëntenorganisatie Longkanker Nederland zet zich in voor patiënten met longkanker en hun naasten. Met artsen en onderzoekers streven zij samen naar de beste longkankerzorg. “Wij vinden het belangrijk dat bij deze zorg altijd rekening wordt gehouden met de wensen van de patiënt.” Longkanker Nederland geeft informatie over de ziekte en brengt lotgenoten in contact met elkaar. Ook adviseert zij organisaties door ervaringen vRan patiënten in te brengen bij wetenschappelijk onderzoek naar longkankerzorg. “Als patiëntenorganisatie komen we op voor patiënten door bijvoorbeeld te adviseren over het beschikbaar stellen van dure medicijnen. Door samen te werken met andere organisaties staan we sterker en kunnen we deze doelen waarmaken.” Afspraken over eenduidige registratie moet leiden tot betere zorginformatie In het project ‘Zorginformatie Palliatief Oncologische Zorg’ is gewerkt aan het vastleggen van afspraken die bijdragen aan het eenduidig vastleggen van zorginformatie binnen de palliatief-oncologische zorg. Dergelijke afspraken zijn nodig om informatie-uitwisseling tussen verschillende zorginformatiesystemen te realiseren. Bijvoorbeeld tussen een elektronisch patiënten dossier (EPD) en een huisartsen informatiesysteem (HIS). In een onlangs verschenen artikel geschreven door leden van het projectteam, wordt dit aan de hand van een patiëntcasus nader toegelicht. SYMPRO-Lung: symptoommonitoring tijdens en na behandeling longkanker Vroegtijdige interventie op patiënt-gerapporteerde symptomen kan bijdragen aan kwaliteit van leven en kwaliteit van zorg. In de SYMPRO-lung trial melden patiënten via een app eventuele symptomen en therapietrouw. De app is onderdeel van PROFIEL, het patiëntenvolgsysteem van IKNL en Tilburg University. De inclusie van deze trial is recent gestart in 12 ziekenhuizen onder leiding van dr. Annemarie Becker (Amsterdam UMC, locatie VU), in samenwerking met onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en IKNL. Projecten Het standaard aanbieden van een (na)zorgplan aan álle patiënten met eierstok- of baarmoederkanker lijkt niet zinvol. Patiënten die actief op zoek zijn naar informatie over hun ziekte kunnen daar baat bij hebben. Echter, bij patiënten die medische informatie liever vermijden kan een (na)zorgplan zelfs leiden tot schadelijke effecten. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Survivorship care planning. For women with a gynecological cancer: does information heal or hurt?’ van Belle de Rooij (IKNL, Tilburg University). Volgens de promovenda dienen (na)zorgplannen veel beter afgestemd te worden op de informatiebehoeften van individuele patiënten. PalliArts PalliArts is een app voor de mobiele telefoon of tablet, die zorgverleners op een gebruiksvriendelijke manier praktische (landelijke en regionale) informatie geeft voor palliatieve zorgverlening. Subsidie Sonia-studie: onderzoek naar juiste moment verstrekken palbociclib Het medicijn palbociclib is, zo blijkt uit onderzoek, effectief bij vrouwen met uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker. Verder onderzoek naar palbociclib en toekomstige middelen uit deze therapeutische klasse kan duidelijkheid geven of deze middelen het beste als start- of als vervolgbehandeling kunnen worden ingezet. In opdracht van het ministerie van VWS heeft ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen zes miljoen euro beschikbaar gesteld om dit te onderzoeken. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG), een samenwerking van borstkankeroncologen. Kanker.nl 5 jaar! Betrouwbare informatie over kanker voor iedereen Het is vijf jaar geleden dat het online platform kanker.nl live ging. Het platform bundelt medische informatie en ervaringskennis over alle soorten kanker voor iedereen. Het jubileum wordt gevierd met een middagsymposium op dinsdag 12 juni waarop patiënten, zorgverleners en wetenschappers vertellen over de resultaten en ambities van kanker.nl.