Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Zoekresultaten

Inzicht in medicatie-uitgiftes ouderen in jaar vóór diagnose dikkedarmkanker Het percentage ouderen dat een of meer medicatie-uitgiftes ontvangt gedurende het hele jaar voor de diagnose dikkedarmkanker, is hoger vergeleken met een controlegroep zonder kanker met vergelijkbare leeftijd en geslacht. Dit aandeel neemt verder toe tijdens de laatste drie maanden voorafgaand aan de kankerdiagnose, zo blijkt uit onderzoek van Felice van Erning (IKNL) en collega’s van onder meer MMC en PHARMO Institute. Het verhoogde medicatiegebruik bij ‘toekomstige’ patiënten is voornamelijk gerelateerd aan comorbiditeit(en), terwijl de medicatie-uitgiftes in de laatste maanden voor de kankerdiagnose voornamelijk gerelateerd lijken te zijn aan (symptoombestrijding van) dikkedarmkanker. Ondersteuning bij implementatie oncologische revalidatie van ouderen Binnen de zorg voor kankerpatiënten komt steeds meer aandacht voor ouderen met kanker. Enige tijd geleden werd IKNL benaderd door een aantal verpleeghuizen met de vraag of IKNL ondersteuning kan bieden bij het vormgeven van geriatrische, oncologische revalidatie. Dit verzoek resulteerde in een project, waarin IKNL in samenwerking met vijf instellingen (Stichting Laurens, Stichting Sint Jacob, Evean (verpleeghuis Oostergauw), Stichting RSZK en Geriatrisch Revalidatiecentrum Midden-Nederland (GRMN) een oncologisch revalidatieprogramma voor ouderen opzet en implementeert. Definitieve chemoradiatie is mogelijk alternatief bij ouderen met slokdarmkanker Definitieve chemoradiatie kan een  alternatief zijn voor chirurgie bij potentieel curabele, oudere patiënten met slokdarm-plaveiselcelcarcinoom. De overleving van ouderen na deze behandelingen was namelijk vergelijkbaar in de periode 2003 en 2013. Bij oudere patiënten met slokdarm-adenocarcinoom blijft een operatie met neoadjuvante chemo(radio)therapie nog steeds de voorkeursbehandeling. Dat concluderen Marijn Koëter en collega’s van het Catharina Ziekenhuis en IKNL op basis van een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie uit de periode 2003 en 2013.  Individuele zorg nodig bij behandeling van oudere patiënten met rectumkanker Bij de behandeling van oudere patiënten met rectumkanker is een individuele benadering vereist, waarbij op de eerste plaats de kwetsbaarheid van de patiënt voorop dient te staan. De primaire focus dient daarbij te liggen op zorgvuldige selectie van patiënten die in aanmerking komen voor een resectie. Daarnaast kunnen verbeterde chirurgische en peri-operatieve technieken bijdragen aan verbetering van de zorg. Maar zeker zo belangrijk zijn functieherstel na de operatie en uitkomsten van behandeling zoals die door de patiënten zelf worden ervaren. Dat stelt een groep ervaren oncologen en geriaters uit Europa en de VS in de European Journal of Surgical Oncology. Meer onderzoek nodig naar basaalcelcarcinoom bij ouderen 80-plus Er zou meer onderzoek gedaan moeten worden naar basaalcelcarcinoom bij de alleroudsten (80 jaar en ouder). In deze toekomstige studies dient specifiek aandacht te zijn voor de relatie tussen het bepalen van de prognose en kwaliteit van leven van deze patiënten op zowel korte als langere termijn. Dat stellen onderzoekers van Radboudumc in samenwerking met IKNL op basis van een uitgebreide literatuurstudie. Volgens de onderzoekers zijn de epidemiologische en klinisch-pathologische gegevens in de bestaande literatuur te schaars en te heterogeen om dermatologen adequate ondersteuning te bieden bij klinische besluitvorming in de dagelijkse praktijk. Proefschrift: plan B nodig voor kwetsbare ouderen met pancreascarcinoom Oudere patiënten met pancreascarcinoom krijgen minder vaak een behandeling volgens de richtlijnen en wanneer ze wel een behandeling krijgen, lopen ze een verhoogd risico op slechtere uitkomsten, zo blijkt uit het proefschrift van Lydia van der Geest. Binnen oudere leeftijdsgroepen komen echter grote verschillen voor wat betreft ‘functionele leeftijd’ of ‘risicoprofiel’. Ze pleit daarom voor opname van een ‘plan B’ in richtlijnen ofwel de best mogelijke behandeling voor minder fitte, oudere patiënten die nu geen behandeling krijgen en voor patiënten die een sterk verhoogd risico hebben op ongewenste uitkomsten. Daarnaast toont ze onder meer aan dat chirurgische risico’s van oudere patiënten lager zijn in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume. Significante variatie in behandeling en overleving ouderen met borstkanker EU-5 Er bestaat significante variatie in behandelstrategieën en overleving van oudere vrouwen met borstkanker in Nederland, België, Ierland, Engeland en de regio Groot-Polen. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van Marloes Derks (LUMC) en collega’s in de British Journal of Cancer. De onderzoekers constateren onder meer grote variatie in het aanbieden van hormoontherapie bij patiënten met vroege stadia van borstkanker, maar dit heeft niet geleid tot een betere relatieve overleving. Dit wijst op mogelijke overbehandeling. Bij patiënten met gevorderd borstkanker, zagen zij een hogere overleving in landen waar minder vaak chirurgie wordt onthouden. Dit wijst volgens de onderzoekers op mogelijke onderbehandeling.  Oxaliplatin leidt tot meer toxiciteit bij ouderen met dikkedarmkanker Slechts een derde van de oudere patiënten (70 jaar en ouder) met stadium III dikkedarmkanker krijgt adjuvante chemotherapie. Dat blijkt uit een studie van IKNL-onderzoeker Felice van Erning en collega’s, waarin de intensiteit en toxiciteit van een aantal systemische behandelingen is onderzocht bij ouderen. Zo wordt CAPOX (capecitabine & oxaliplatin) geassocieerd met meer graad III-IV toxiciteiten in vergelijking met CapMono (monotherapie met capecitabine) met als gevolg dat oudere patiënten die CAPOX krijgen vaker hun behandeling (moeten) afbreken. Deze uitkomsten leveren nieuwe inzichten op voor het bespreken van de voor- en nadelen van behandelopties bij oudere patiënten. Maryska Janssen-Heijnen: ‘Betere oncologische zorg voor oudere patiënten’ Kennis vergaren over de beste zorg voor oudere patiënten met kanker, waardoor deze mensen naast een goede overleving, de best mogelijke kwaliteit van leven kunnen behouden. Dat is de ambitie van Maryska Janssen-Heijnen, klinisch epidemioloog in VieCuri Medisch Centrum. Vrijdag 23 juni sprak ze haar oratie uit ‘Tijd voor actie – goud voor zilver’ tijdens de inauguratie als hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. De titel van haar leerstoel is ‘Klinische Epidemiologie, in het bijzonder Kanker bij Ouderen’. Voorheen heeft Janssen veel epidemiologisch onderzoek verricht bij IKNL.   Pancreasresectie bij 80-jarigen: balanceren tussen risico en voordeel Hoewel het risico op sterfte op korte termijn na pancreasresectie hoger is onder 80-jarige patiënten, is de algehele overleving van deze ouderen op langere termijn vergelijkbaar met die van jongere patiënten. Het blijft echter balanceren tussen risico’s op korte en voordeel op langere termijn. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van onderzoeker Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s in Acta Oncologica. Door oudere patiënten zorgvuldig te screenen en te begeleiden, is een toename van het aantal chirurgische behandelingen mogelijk in combinatie met betere resultaten. Selectie van patiënten uitsluitend op basis van leeftijd lijkt niet gerechtvaardigd. Studies naar kwaliteit van leven: ouderen nog steeds onderbelicht Bij studies naar de kwaliteit van leven van (ex-)kankerpatiënten wordt steeds vaker gebruikt gemaakt van (kanker)registraties met klinische variabelen. Deze databanken vormen een uitstekend steekproefkader voor het identificeren van subgroepen. Opvallend is dat veel studies nog steeds gericht zijn op de meest voorkomende tumoren en dat er slechts weinig studies zijn uitgevoerd naar de kwaliteit van leven van oudere overlevenden. Dat stellen Melissa SY Thong en collega's in een recent artikel in het vakblad Cancer. Met het toenemende aantal overlevenden van kanker en de eveneens stijgende diversiteit van deze ex-patiënten, neemt het belang toe van studies naar de fysieke, emotionele en sociale gezondheid van deze overlevenden. Populatiegebaseerde kankerregistraties, waarin data worden verzameld over de kankerincidentie, kunnen een belangrijke rol vervullen bij studies naar de kwaliteit van leven. In deze literatuurstudie geven de auteurs een overzicht van kankerregistraties die zijn gebruikt voor dit opkomende onderzoeksgebied. Toename behandeling en overleving NSCLC; verschil met oudere patiënt blijft Patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) krijgen steeds vaker een behandeling met curatieve intentie. Dit heeft tussen 1990 en 2014 geleid tot verbetering van de relatieve overleving. Deze trend was echter minder sterk zichtbaar bij oudere patiënten, zo blijkt uit onderzoek van Elisabeth Driessen (VieCuri MC) en collega’s met gegevens van ruim 187.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie. De verschillen tussen jongere en oudere patiënten leek in de tijd kleiner te worden bij stadium I, maar bleef onveranderd bij stadium II en werden zelfs groter bij stadium III en IV ten nadele van ouderen. In toekomstige studies dient de focus daarom gericht te zijn op voorspellende factoren bij oudere patiënten met NSCLC.   Besluitvorming bij ouderen met dikkedarmkanker vergt specifieke kennis Medisch-oncologen die adjuvante chemotherapie voorschrijven aan oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker hanteren hierbij schema’s die in lijn liggen met de klinische richtlijnen. De variatie in motieven om bijvoorbeeld niet te verwijzen of niet te behandelen of een consult aan te vragen bij een geriater, duiden echter op een hoge mate van complexiteit rond de besluitvorming en onderstrepen de behoefte aan specifieke kennis. Volgens Felice van Erning (IKNL) en collega’s is het daarom belangrijk dat oudere patiënten, met of zonder comorbiditeit, worden verwezen naar een medisch-oncoloog en dat bij twijfel een geriater wordt geraadpleegd. Effect chirurgie op ouderen met dikkedarmkanker en een functionele afhankelijkheid Een operatie heeft, mits ingebed in een onco-geriatrisch zorgpad, een positief effect op de kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker met een functionele afhankelijkheid. Matig functionele afhankelijkheid mag volgens Daniël Souwer (HagaZiekenhuis) en collega’s géén generieke reden zijn om een operatie bij ouderen achterwege te laten. Een belangrijke bevinding die artsen dienen te betrekken bij gedeelde besluitvorming. Aanvullend onderzoek kan uitwijzen of onco-geriatrische zorg op zichzelf de negatieve impact van chirurgie beperkt of dat deze zelfs bijdraagt aan verbetering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker. Oudere patiënten met prostaatkanker krijgen minder vaak curatieve behandeling Oudere patiënten met prostaatkanker hebben aanzienlijk minder kans om een ‘behandeling met curatieve intentie’ te krijgen, zoals radicale prostatectomie of radiotherapie. Dit hangt deels samen met het feit dat deze ouderen vaker gediagnosticeerd worden met een ongunstiger ziektebeeld. Maar ook na correctie voor specifieke ziektekenmerken, risicoprofiel en comorbiditeiten is de kans kleiner dat ouderen met prostaatkanker een behandeling met curatieve intentie krijgen vergeleken met jongere patiënten. Mede daardoor is de relatieve overleving van deze ouderen lager dan van jongere patiënten met prostaatkanker, blijkt uit onderzoek van Robin Vernooij (IKNL) en collega’s. Chemotherapie in de praktijk bij ouderen met uitgezaaide darmkanker Oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker krijgen niet alleen vaker een eerstelijnsbehandeling met één cytostaticum (meestal zonder doelgerichte therapie), maar komen in de praktijk ook minder vaak toe aan vervolgtrajecten van een behandeling. Dat staat in een publicatie in Acta Oncologica van Lieke Razenberg (IKNL, Catharina Ziekenhuis) in samenwerking met collega’s van Elisabeth-Tweesteden, Bernhoven, VieCuri en Erasmus MC. Volgens de auteurs is aanvullend onderzoek gewenst om de mogelijkheden van andere behandelopties, zoals doelgerichte therapie, bij oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker te verduidelijken. Voordeel adjuvante combinatietherapie beperkt voor ouderen met darmkanker Oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker die na een operatie adjuvante chemotherapie krijgen met CAPOX (oxaliplatin en capecitabine) of CapMono (uitsluitend capecitabine) hebben zowel een betere ziektevrije als algehele overleving. Deze toegenomen overleving lijkt echter niet samen te hangen met de gekozen adjuvante therapie, maar vooral met het kunnen afronden van deze behandeling. Felice van Erning (IKNL) en collega’s concluderen op basis van deze studie dat oxaliplatin waarschijnlijk geen extra overlevingsvoordeel oplevert en dat het toevoegen van dit middel mogelijk niet gerechtvaardigd is. Vanwege de observationele opzet van de studie dienen deze bevindingen vooralsnog voorzichtig geïnterpreteerd te worden. Nieuw behandelprogramma voor geriatrische oncologische revalidatie Er is een nieuw behandelprogramma beschikbaar voor oudere patiënten met kanker die na ziekenhuisopname nog niet direct naar huis kunnen. Het behandelprogramma voor geriatrische oncologische revalidatie is toegespitst op kwetsbare oudere patiënten die tijdelijk intensieve begeleiding nodig hebben. Revalidatie volgens dit nieuwe programma is beschikbaar in Driebergen, Soest, Veldhoven, Bladel, Rotterdam, Zaandam, Haarlem en Zuid-Kennemerland. Aan een landelijke dekking van geriatrische oncologische revalidatie wordt gewerkt.  Kloof in overleving jonge en oudere patiënten met maagkanker neemt toe De overleving van patiënten met maagkanker is tussen 1989 en 2013 sterk gestegen. Deze verbetering hangt waarschijnlijk samen met de sterke toename van het aandeel patiënten dat een maagoperatie plus chemotherapie kreeg aangeboden. Uit onderzoek van Stijn Nelen (Radboudumc) en collega’s blijkt echter dat jonge patiënten (tot 70 jaar) vaker een operatie en chemotherapie krijgen dan oudere patiënten. Waarschijnlijk is daardoor de overlevingskloof tussen beide patiëntengroepen toegenomen. Volgens de auteurs is er meer onderzoek nodig naar behandelopties voor (kwetsbare) ouderen met maagkanker om hun overlevingskansen te verbeteren.  Studie naar verschillen jonge en oudere mannen met prostaatkanker IKNL presenteert binnenkort een rapport, waarin specifiek aandacht wordt geschonken aan de variatie in zorg tussen jongere en ouderen patiënten met verschillende vormen van kanker. Prostaatkanker is één van de tumoren die in dit rapport aan de orde komt. In het kader van Movember worden in dit artikel alvast enkele uitkomsten gepresenteerd op basis van gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van mannen die in 2013 in Nederland zijn gediagnosticeerd met prostaatkanker. Laag risico op locoregionaal recidief bij 75+ vrouwen met T1-2N0 borstkanker Vrouwen van 75 jaar en ouder met T1-2N0 borstkanker hebben een laag risico op het ontwikkelen van een locoregionaal recidief, ondanks het feit dat slechts 39% van deze patiënten tussen 2003 en 2009 endocriene therapie kreeg voorgeschreven. Zelfs patiënten die behandeld zijn in ziekenhuizen met een lager dan gemiddelde inzet van radiotherapie, is het risico op een locoregionaal recidief laag. Deze bevindingen spreken volgens Anna de Boer (LUMC) en collega’s zorgen tegen dat het weglaten van radiotherapie bij oudere patiënten zonder endocriene therapie tot een onacceptabel hoog locoregionaal recidiefrisico zou leiden. Dat biedt redelijke gronden om radiotherapie achterwege te laten bij patiënten van 75 jaar en ouder. Meer onderzoek nodig naar chemotherapie oudere alvleesklierkankerpatiënten Ondanks een toename van het gebruik van chemotherapie bij jongere patiënten (tot 75 jaar) met niet-geopereerde en niet-uitgezaaide alvleesklierkanker (NR-M0), was er tussen 2006  en 2014 nauwelijks verbetering in de algehele overleving van deze patiënten. Uit onderzoek van Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s blijkt dat dit onder meer samenhangt met de gevorderde leeftijd van de meeste patiënten (52% was ouder dan 75 jaar). Verder bleef het gebruik van chemotherapie over het algemeen zeldzaam. Toekomstig onderzoek zou daarom gericht moeten zijn op de vraag of een ruimere inzet van chemotherapie kan bijdragen aan verbetering van de overleving van deze groep patiënten met alvleesklier. Niet standaard oxaliplatin bij ouderen met stadium III dikkedarmkanker Ouderen met stadium III dikkedarmkanker hebben eenzelfde voordeel van adjuvante chemotherapie wat betreft het verkleinen van het risico op een afstandsrecidief als jongere patiënten. Daarom dient adjuvante chemotherapie ook bij oudere patiënten overwogen te worden. Dat stelt Felice van Erning (IKNL) in haar proefschrift waarop ze woensdag 21 december promoveert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het promotieonderzoek toont tevens aan dat monotherapie met capecitabine in de dagelijkse, klinische praktijk beter door ouderen wordt verdragen en voor minder bijwerkingen zorgt, zonder beperking van de overlevingswinst. Combinatietherapie met oxaliplatin zou om die reden niet langer standaard mogen zijn bij oudere patiënten met stadium III dikkedarmkanker.  Schildklierkanker heeft grotere impact op jongere overlevenden dan op oudere Schildklierkanker lijkt een grotere impact te hebben op jongere overlevenden van schildklierkanker dan op oudere lotgenoten. Het gaat hierbij onder andere om slechter functioneren op fysiek, rol, cognitief en sociaal gebied. Ook hebben jongere overlevenden meer last van vermoeidheid en financiële problemen, zo blijkt uit een studie van Floortje Mols (Tilburg University, IKNL) en collega’s. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om overlevenden van schildklierkanker te screenen op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en ziektespecifieke symptomen. Hiervoor zijn korte en gerichte screeningsinstrumenten nodig die ingezet kunnen worden in de polikliniek. Centralisatie mogelijk oplossing voor oudere patiënt met blaaskanker Voordat centralisatie van chirurgie voor patiënten met spierinvasieve blaaskanker werd geïntroduceerd, waren een hogere leeftijd en ernstige comorbiditeit onafhankelijke voorspellers voor het onthouden van een cystectomie. Dit vanwege de grote kans op medische complicaties na de behandeling. Cystectomie wordt echter geassocieerd met een betere overleving. Dr. Katja Goossens-Laan en collega's stellen dat centralisatie van chirurgische behandeling wellicht een oplossing is voor de mogelijke onderbenutting van medische zorg voor ouderen en patiënten met ernstige comorbiditeit. Verschillen in relatieve overleving lopen op tussen jong & oud met NSCLC Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) kregen tussen 1990 en 2014 vaker een behandeling met curatieve intentie. Dit heeft tevens bijgedragen aan verbetering van de relatieve overleving. Deze ontwikkeling was minder duidelijk zichtbaar bij patiënten van 70 jaar en ouder, zo blijkt uit onderzoek van Lizzy Driessen (VieCuri Medisch Centrum, Venlo) en collega’s. De verschillen tussen de leeftijdsgroepen (tot 70 jaar versus 70 jaar en ouder) leken in de loop der tijd kleiner te zijn geworden bij stadium I, maar bleven onveranderd voor patiënten met stadium II. Bij stadium III en IV liepen de uitkomsten verder uiteen, vooral ten nadele van ouderen. Realisatie behandelprogramma geriatrische oncologische revalidatie Vijf zorginstellingen leggen op dit moment samen met IKNL de laatste hand aan de realisering van een behandelprogramma voor geriatrische oncologische revalidatie. Het gaat om Stichting Laurens (Rotterdam), Stichting Sint Jacob (Haarlem en omgeving), Verpleeghuis Evean in Oostergauw, Stichting RSZK in de Brabantse Kempen en het Geriatrisch Revalidatiecentrum Midden-Nederland. Via de beroepsverenigingen worden thans professionals benaderd om te reageren op het concept. Deze reacties worden meegenomen bij het verder aanscherpen van het behandelprogramma.   Studiedeelname en behandeling bij AML-patiënten ouder dan 65 jaar De deelname van oudere patiënten met AML in klinische studies is laag en weinig oudere patiënten worden behandeld met intensieve chemotherapie. Dat blijkt uit onderzoek met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van arts-onderzoeker Burak Kalin van Erasmus MC en collega’s. Zij onderzochten de deelname aan klinische studies, behandeling en overleving bij AML-patiënten ouder dan 65 jaar. De onderzoeksuitkomsten geven aanwijzingen voor mogelijkheden voor bredere inclusie van patiënten met comorbiditeiten.  Prognose aantal resterende levensjaren oudere patiënt met dikkedarmkanker Het bepalen van het aantal potentieel verloren levensjaren ten gevolge van een ziekte (years of life lost; YLL) is een nieuwe methode om de prognose van patiënten te schatten en biedt aanknopingspunten voor gedeelde besluitvorming tussen arts en patiënt. Een patiënt van 80 jaar en ouder met dikkedarmkanker sterft bijvoorbeeld gemiddeld 2,2 jaar eerder in vergelijking tot leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Voordat met dit model betrouwbare, individuele prognoses aan patiënten gegeven kunnen worden, is aanvullend onderzoek nodig. Met name naar de impact van comorbiditeiten en kwetsbaarheid (frailty), concludeert een internationale groep onderzoekers in de World Journal of Surgery. Hogere leeftijd bij dikkedarmkanker geen reden voor onthouden van stoma Een hogere leeftijd hoeft op zichzelf geen reden te zijn om patiënten met dikkedarmkanker een stoma te onthouden. Hoewel oudere patiënten (tot 76 jaar) met een stoma significant meer beperkingen rapporteren in hun dagelijks functioneren ten opzichte van patiënten zónder stoma, is de klinische relevantie hiervan beperkt. Dat concluderen Norbert Verweij (Diakonessenhuis, Utrecht) en collega’s in een publicatie in Colorectal Diseases. Een mogelijke verklaring dat ouderen met een stoma minder beperkingen ervaren ligt waarschijnlijk aan hun bekendheid met toenemende lichamelijke beperkingen, waardoor zij ‘minder veeleisend’ zijn vergeleken met jongere patiënten. Omgekeerd is de impact van een stoma daardoor prouominenter bij jongere patiënten.  AGE-CRC-studie: betere kwaliteit van leven voor ouderen met darmkanker Het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is 31 Augustus 2017 gestart met de AGE-CRC-studie (Advanced Geriatric Evaluation-ColoRectal Cancer). Doel is ouderen met dikkedarmkanker voorafgaand aan de operatie op efficiënte en eenduidige wijze te screenen om complicaties tijdens en na de operatie te voorkomen en de kwaliteit van leven van deze ouderen te waarborgen en te verbeteren. De studie zal initieel starten in zes centra. Donderdag 28 september 2017 kreeg Ellen van der Vlies (AIOS interne geneeskunde)een subsidie uitgereikt van €114.375 voor dit onderzoek van stichting Vrienden Integrale Oncologische Zorg (VIOZ).  Oudere leeftijd speelt grote rol bij krijgen palliatieve, systemische therapie Bij patiënten met dikkedarmkanker en metachrone metastasen (stadium IV) speelt een hoge leeftijd (vanaf 75 jaar) een belangrijke rol bij het wel of niet krijgen van palliatieve, systemische therapie. Zelfs bij oudere patiënten, geselecteerd voor het volgen van een gecombineerde therapie met CAPOX, wordt de behandeling in de praktijk vaak eerder gestaakt. Dat concluderen Lieke Razenberg (Catharina Ziekenhuis, IKNL) en collega’s in een population-based studie verschenen in Geriatric Oncology. De onderzoekers signaleren verder een aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen in het voorschrijven van palliatieve, systemische therapie, met name bij patiënten van 75 jaar of ouder. Oudere patiënt met pancreascarcinoom heeft profijt van centralisatie chirurgie Oudere patiënten met pancreascarcinoom hebben profijt van centralisatie bij de chirurgische behandeling van pancreascarcinoom. Dat blijkt uit een studie van Lydia van der Geest en collega’s op basis van analyse van uitkomsten van chirurgische behandeling van oudere patiënten met pancreascarcinoom tussen 2005 en 2013. Vanwege het risico van postoperatieve sterfte en slechtere, algehele overleving behoren deze ouderen tot de categorie ‘patiënten met een hoog risico’. Om die reden adviseren de onderzoekers deze patiënten chirurgisch behandeling aan te bieden in ziekenhuizen met hoge operatievolumes.  Overleving ouderen (85 jaar en ouder) na colorectale chirurgie beïnvloedbaar Onder zeer oude patiënten (85 jaar en ouder) met colorectale kanker blijft het sterftecijfer hoog in het eerste jaar na de behandeling. Dat concluderen Amanda Bos (IKNL) en collega’s in een studie met gegevens van ruim 52.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2008 en 2013 zijn geopereerd. Hoewel de leeftijdsgebonden overlevingsverschillen verdwenen na correctie voor sterfte door andere oorzaken, zagen de onderzoekers gunstige trends in de tijd ten aanzien van de 1-jaarsmortaliteit na colorectale chirurgie. Deze bevinding onderstreept dat de overleving van ouderen na een ingrijpende operatie beïnvloedbaar is. Betere behandeling nodig voor minder fitte patiënten met alvleesklierkanker Patiënten met alvleesklierkanker die ouder zijn dan 70 jaar krijgen minder vaak een operatie doordat zij vaak een slechtere conditie en/of bijkomende aandoeningen hebben. Als een arts hen volgens de richtlijn behandelt met operatie en chemotherapie, dan lopen zij een verhoogd risico op vroegtijdige sterfte. Dat blijkt uit het proefschrift van Lydia van der Geest, onderzoeker bij IKNL en de Dutch Pancreatic Cancer Group, de landelijke multidisciplinaire werkgroep voor alvleesklierkanker. De richtlijn alvleesklierkanker biedt geen passende alternatieve behandeling voor deze patiënten. Volgens de promovendus moet de medische richtlijn aangevuld worden met specifieke aanbevelingen voor oudere patiënten, zoals een zorgvuldige afweging van een mogelijke operatie en gerichte inzet van chemotherapie.  Verbeterde overleving primair centraal zenuwstelsel lymfoom tot 70 jaar De incidentie van primair centraal zenuwstelsel lymfoom (PCNSL) stijgt in Nederland onder patiënten in de leeftijdsgroep van 60 jaar en ouder. Dat blijkt uit een publicatie van Matthijs van der Meulen (Erasmus MC) en een team onderzoekers van IKNL en Erasmus MC in Nature Leukemia. Het onderzoek toont tevens aan dat de relatieve overleving van PCNSL-patiënten in de leeftijd tot 70 jaar de laatste decennia (1989-2015) is toegenomen. Dit wordt grotendeels verklaard door het toegenomen gebruik van intensieve chemotherapie en afname van behandeling met uitsluitend radiotherapie. De overlevingskansen van oudere patiënten (boven 70 jaar) bleven slecht. Darmkanker: een ziekte die mensen vooral treft op oudere leeftijd Maart is uitgeroepen tot darmkankermaand. Darmkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Uit actuele cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van IKNL blijkt dat er grote leeftijdsgerelateerde verschillen bestaan in het optreden, de behandeling en uitkomsten van behandeling van deze ziekte. Darmkanker is namelijk een ziekte die voornamelijk mensen op oudere leeftijd treft. Het streven is de ziekte in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen door ouderen uit te nodigen voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Overleving bij jonge en oudere patiënt met endeldarmkanker gelijk Bij jonge patiënten (tot 40 jaar) wordt vaker een gevorderd stadium van endeldarmkanker met ongunstigere kenmerken waargenomen dan bij patiënten van middelbare leeftijd (41-70 jaar). Desondanks zijn de overlevingskansen van beide groepen gelijk, mede omdat een jonge leeftijd een voorspellende factor is voor een betere overleving. Dat staat te lezen in een publicatie van chirurgen van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven in samenwerking met onderzoekers van IKNL in de European Journal of Cancer. Hoewel het gebruik van adjuvante chemotherapie controversieel is, werd in deze studie een positieve correlatie gevonden met de overleving. Toename overleving met rituximab bij oude patiënten (80-84 jaar) met DLBCL Chemotherapie met rituximab heeft tussen 2008-2015 geleid tot een significante verbetering van de relatieve overleving van patiënten in de leeftijd 80-84 jaar met diffuus grootcellig B-cel-lymfoom (DLBCL). Bij patiënten van 85 jaar en ouder is deze verbetering niet waargenomen, waarschijnlijk doordat in deze leeftijdsgroep minder of géén rituximab-bevattende chemotherapie werd gegeven. Dat concluderen Avinash Dinmohamed (IKNL en Erasmus MC) en collega’s op basis van een studie met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De onderzoekers noemen de uitkomsten ‘onbevredigend’ en pleiten voor aanvullend onderzoek naar de klinische en biologische kenmerken van deze oudere leeftijdscategorie.  Na chemo 75+ slechtere overleving dan 75- bij uitgezaaide pancreaskanker Patiënten van 75 jaar en ouder met uitgezaaide alvleesklierkanker die tussen 2005 en 2013 zijn behandeld met chemotherapie hadden, ondanks de beperkte inzet van chemotherapie op deze leeftijd, een slechtere overleving vergeleken met jongere patiënten die met chemotherapie zijn behandeld. Dat blijkt uit onderzoek van Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s met behulp van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De onderzoekers stellen dat het noodzakelijk is betere definities op te stellen voor geriatrische kenmerken en bijkomende ziekten, zodat de (in)tolerantie van chemotherapie nauwkeuriger kan worden voorspeld. Ook zijn er chemotherapieregimes nodig die beter door oudere patiënten worden verdragen.  Overleving oudere patiënten (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker verbeterd De overleving van oudere vrouwen (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker is tussen 1990 en 2015 verbeterd. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van ruimere inzet van chemotherapieën bij patiënten met stadium III borstkanker. Dat concluderen Nienke de Glas (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 240.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat de overleving van vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I-III borstkanker níet is toegenomen. In toekomstige studies dient daarom meer rekening gehouden te worden met comorbiditeit(en) en geriatrische parameters, om de behandeling van deze oudste groep verder te personaliseren. Oudere (90+) met basaalcelcarcinoom heeft vergelijkbare levensverwachting Oudere patiënten (90+) met een histologisch bevestigd basaalcelcarcinoom en een beperkte levensverwachting hebben een vergelijkbare levensverwachting als mensen met dezelfde leeftijd uit de algemene bevolking. Dat blijkt uit een studie van dermatoloog Rick Waalboer-Spuij (Elisabeth-Twee Steden Ziekenhuis, Erasmus MC) en collega’s uitgevoerd met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel de onderzoekers hadden verwacht dat Nederlandse artsen een beperkte levensverwachting mee zouden wegen in hun besluitvorming, zagen ze geen significant verschillen. Extra onderzoek kan uitwijzen of dit niet ook leidt tot onnodige behandeling van ouderen. Oudere patiënten (70+) met kanker kunnen zelf G8-screening invullen Oudere patiënten met kanker (70 jaar en ouder) zijn goed in staat om een zelfgerapporteerde G8-vragenlijst in te vullen voor het bepalen van hun kwetsbaarheid (frailty). De uitkomsten hiervan zijn vergelijkbaar met de oorspronkelijke G8 die door zorgprofessionals wordt afgenomen. Dit geldt echter niet voor zelfgerapporteerde screenings door geriatrische patiënten, zo blijkt uit onderzoek van geriater Inez van Walree (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat een zelfgerapporteerde G8-screening door een oudere kankerpatiënt een goed alternatief kan zijn in de klinische praktijk. Het biedt ook mogelijkheden voor inzet van zelfgerapporteerde screenings in bijvoorbeeld klinische trials. Hoger risico op recidief bij 75-79 jarigen met niet-gemetastaseerde borstkanker Vrouwen van 75-79 jaar met niet-gemetastaseerde borstkanker lopen meer risico op afstandsrecidieven in vergelijking met lotgenoten van 70-74 jaar, ondanks het hogere risico op sterfte door andere oorzaken dan borstkanker in deze oudere groep. Dat concluderen Anna de Boer (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 18.500 patiënten. Volgens de onderzoekers kunnen deze resultaten duiden op onderbehandeling in de oudste groep. De studie toont echter ook aan dat de kans op overlijden zónder recidief sterk toeneemt op hogere leeftijd en dat bij patiënten met een hoog risico op overlijden door andere oorzaken dan borstkanker snel sprake is van overbehandeling. Kansen op overleving kanker afgelopen 50 jaar fors toegenomen De kansen op overleving van kanker zijn de afgelopen 50 jaar fors toegenomen. Dat blijkt uit nieuwe overlevingscijfers die Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), publiceerde over de periode 1961-2015, op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Naast verschillen tussen allerlei kankersoorten tonen de historische overlevingstrends ook de invloed van diverse stadia van kanker, leeftijdsgroepen en het geslacht van patiënten. Hoewel de overleving van kanker in de tijd sterk is verbeterd, geldt dit helaas nog niet voor alle vormen van kanker. IKNL zet zich daarom in samenwerking met zorgverleners in om het perspectief van patiënten met kanker te verbeteren.  Steeds meer darmkanker door vroege opsporing en vergrijzing in Nederland Maart is darmkankermaand. Darmkanker is één van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Jaarlijks wordt bij ruim 15.000 mensen darmkanker geconstateerd. Darmkanker komt vooral voor bij ouderen. In 2015 was 46% van de patiënten met darmkanker 70 jaar of ouder op het moment van diagnose en 31% had een leeftijd van 75 jaar of ouder. Ongeveer een derde van deze tumoren is gelokaliseerd in de endeldarm. Darmkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.  Extra aandacht nodig voor effect darmkankeroperatie op oudere patiënt Oudere patiënten die binnen een jaar sterven na een darmkankeroperatie, overlijden voornamelijk aan de gevolgen van de dikkedarmtumor. Aangezien de kans op recidieven gedurende dit tijdsbestek niet groot is, suggereert de verhoogde sterfte in het eerste jaar een langdurig effect ten gevolge van de chirurgie. Dat geldt vooral voor oudere patiënten. Chirurg dr. Jan Willem Dekker  (LUMC) en collega’s pleiten daarom voor extra aandacht voor het beperken van fysiologische effecten van de operatie bij oudere patiënten en betere nazorg na ontslag uit het ziekenhuis. Oudere patiënt met NSCLC krijgt vaker radiotherapie of ondersteunende zorg Oudere patiënten (75+) met stadium I-II niet-kleincellige longkanker (NSCLC) krijgen in vergelijking met jongere patiënten (65 tot 74 jaar) minder vaak een chirurgische behandeling, maar juist vaker stereotactische radiotherapie, conventionele radiotherapie of de beste ondersteunende zorg. Elisabeth Driessen (VieCuri MC) en collega’s tonen met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) aan dat de langetermijnsoverleving na chirurgie superieur is ten opzichte van stereotactische radiotherapie na correctie voor prognostische factoren. Echter, ook dan blijft de algehele overleving van patiënten van 75 jaar of ouder slechter vergeleken met jongere patiënten. Wankele balans in diagnostiek en behandeling oudere kankerpatiënten Het blijft een wankele balans in de diagnostiek en behandeling van oudere patiënten met kanker en wat een patiënt aan kan. Dat concluderen IKNL-onderzoekers en medisch specialisten in het rapport ‘Kankerzorg in beeld, de oudere patiënt’. Oudere patiënten krijgen andere diagnostiek en andere behandelingen dan jongere patiënten. Bij praktisch alle soorten kanker zijn er ook grote verschillen tussen ziekenhuizen. De wankele balans tussen de klinische bevindingen, de zwaarte van een behandeling, de vitaliteit, de sociale omgeving en de wensen van de patiënt vraagt om maatwerk in diagnostiek en behandeling. Aanvullende registratie van gegevens moet dit maatwerk gaan onderbouwen. 9e Nationale symposium Kanker bij ouderen datum: 6 november 2019 aanvang: 8.45 uur locatie: De Reehorst, Ede