Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Zoekresultaten

Behoeften voedingsondersteuning verschilt bij overlevenden dikkedarmkanker Niet alle overlevenden die behandeld zijn voor dikkedarmkanker hebben behoefte aan voedingsondersteuning. Deze behoefte is er vaak wel bij jongere overlevenden, personen zonder partner, patiënten met een stoma of met diabetes en mensen met overgewicht of obesitas. Dat blijkt uit een studie van Meeke Hoedjes (VU, Tilburg University) en collega’s. Op basis van deze studie geven de auteurs  aanbevelingen om de behoefte aan voedings- en leefstijlondersteuning beter te identificeren en af te stemmen op de persoonlijke situatie van dikkedarmkanker overlevenden. Verder adviseren zij deze ondersteuning direct na de diagnose aan te bieden en aan te blijven bieden gedurende het gehele behandelproces en tijdens de follow-up.  Optimistische ziektepercepties gerelateerd aan betere uitkomsten overlevenden Optimistische ziektepercepties bij overlevenden van kanker hangen samen met een betere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en overleving, zelfs wanneer deze percepties onrealistisch-optimistisch lijken te zijn met betrekking tot de prognose, zo blijkt uit onderzoek van Belle de Rooij (Tilburg Universiteit, IKNL) en collega’s. Overlevenden met pessimistische ziektepercepties daarentegen lijken de slechtste uitkomsten te hebben vergeleken met overlevenden met realistische ziektepercepties. Daarom is het belangrijk om patiënten met pessimistische ziektepercepties betere ondersteuning te bieden. Veranderingen en wensen in internetgebruik bij overlevenden van kanker Een aanzienlijk deel van de overlevenden van kanker in Nederland beschouwt internet als een belangrijke bron van informatie over hun ziekte. Hoewel het internetgebruik onder overlevenden de afgelopen 15 jaar met circa 25% is gestegen, blijkt er weinig te zijn veranderd in de prioriteiten en wensen ten aanzien van dit internetgebruik. Dat concluderen Mies van Eenbergen (IKNL) en collega’s. De wensen die overlevenden in 2005 hadden, blijken nauwkeurig overeen te komen met het feitelijk internetgebruik door de meeste ex-patiënten in 2017. Deze uitkomsten ondersteunen de overtuiging dat zorgverleners hun online diensten kunnen verbeteren en uitbreiden door deze nog beter af te stemmen op de behoeften van hun patiënten. Onaangepaste ziekteperceptie leidt tot hoger zorggebruik bij overlevenden Circa één op de vijf overlevenden van endometriumcarcinoom heeft last van negatieve ziektepercepties. Dit kan leiden tot frequenter bezoek aan huisarts en/of specialist, zo blijkt uit onderzoek van Melissa Thong (AMC; Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s. Bij overlevenden met een onaangepaste ziekteperceptie kan een gesprek met een zorgverlener bijdragen aan het verminderen van deze zorgen. Volgens de onderzoekers is er meer onderzoek nodig naar de impact van cognitieve gedragsinterventies bij overlevenden met onaangepaste ziektepercepties. Schildklierkanker heeft grotere impact op jongere overlevenden dan op oudere Schildklierkanker lijkt een grotere impact te hebben op jongere overlevenden van schildklierkanker dan op oudere lotgenoten. Het gaat hierbij onder andere om slechter functioneren op fysiek, rol, cognitief en sociaal gebied. Ook hebben jongere overlevenden meer last van vermoeidheid en financiële problemen, zo blijkt uit een studie van Floortje Mols (Tilburg University, IKNL) en collega’s. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om overlevenden van schildklierkanker te screenen op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en ziektespecifieke symptomen. Hiervoor zijn korte en gerichte screeningsinstrumenten nodig die ingezet kunnen worden in de polikliniek. Fysiek actieve overlevenden multipel myeloom hebben betere kwaliteit van leven Overlevenden van multipel myeloom die fysiek actief zijn, hebben een statistisch significant hogere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en hebben ook minder last van vermoeidheid en late bijwerkingen dan niet-fysiek actieve overlevenden. Deze bevindingen kunnen volgens een groep Italiaanse en Nederlandse onderzoekers bijdragen aan een beter begrip van de relatie tussen fysieke activiteit, ziektespecifieke aspecten en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij overlevenden van multipel myeloom. Aanvullend onderzoek is wenselijk om de gunstige effecten van fysieke activiteit op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij deze patiënten te verduidelijken. Circa één op vijf overlevenden heeft financiële problemen na kanker Circa één op vijf overlevenden van kanker heeft of krijgt na de behandeling te maken met verlies van betaald werk en/of financiële problemen die verder reiken dan extra gemaakte zorgkosten. Aangezien dergelijke problemen niet alleen impact hebben op de kwaliteit van leven, maar ook de naleving van aanwijzingen van artsen kunnen beïnvloeden, is het belangrijk dat zorgverleners zich bewust zijn van deze problemen bij bepaalde risicogroepen. Volgens Alison Pearce en collega’s kunnen effectieve interventies als onderdeel van de standaard (na)zorg, zoals hulp bij het (her)vinden van betaald werk, bijdragen aan het verminderen van deze problemen. Motivaties dieet en voedingssupplementen bij overlevenden verschillen Veel overlevenden van dikkedarmkanker brengen veranderingen aan in hun dieet na de diagnose kanker. Ook gaan zij vaak, deels om uiteenlopende redenen, over tot het gebruik van voedingssupplementen. Aanpassing van het dieet wordt door 44% van de overlevenden gemotiveerd met 'voorkomen van herhaling van kanker', terwijl het bij voedingssupplementen vooral gaat om 'verbeteren van de gezondheid in het algemeen’. Volgens dr. Martijn Bours (Maastricht University), dr. Sandra Beijer (IKNL) en collega’s kan meer inzicht in de achterliggende drijfveren over dieet en gebruik van supplementen bijdragen aan het verbeteren van begeleidingsstrategieën. Selectieve uitval van overlevenden in PROM-onderzoek PROFILES De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL) van overlevenden van kanker kan in longitudinale studies met patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMs) een overschat beeld opleveren, doordat specifieke deelnemers eerder afhaken. Dit zijn veelal ex-patiënten die een slechtere kwaliteit van leven hebben, blijkt uit onderzoek van Imogen Ramsey (IKNL, University of South Australia) en collega’s. Hierbij werd gekeken naar personen die stopten met het invullen van vragenlijsten via het patiëntenvolgsysteem PROFILES. Optimalisatie van PROFILES kan een middel zijn om deze mensen betrokken te houden bij wetenschappelijk onderzoek middels informatievoorziening en toegang tot ondersteuning. Overlevenden eierstokkanker: slechtere kwaliteit van leven na chemotherapie Vrouwen met een vroeg stadium van eierstokkanker die tussen 2000 en 2010 adjuvante chemotherapie kregen, hadden in 2012 een significant slechtere score op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Dit hangt samen met symptomen als perifere neuropathie, houding ten aanzien van hun ziekte en hun financiële situatie die gemiddeld tot zeven jaar na diagnose aanhouden. Dat blijkt uit een studie van Celine Bhugwandass en collega’s. De auteurs geven aan dat er inspanningen nodig zijn om het gebruik van adjuvante chemotherapie bij deze patiënten waar mogelijk te verminderen. Ook is aanvullend onderzoek nodig naar preventieve strategieën gericht op patiënten die in de toekomst adjuvante chemotherapie nodig hebben. Gebruik ondersteunende zorg hoger bij jonge overlevenden darmkanker Jonge overlevenden van dikkedarmkanker maken vaker gebruik van ondersteunende zorg dan oudere overlevenden. Daarnaast hangt het gebruik van ondersteunende zorg samen met de gevoelde behoefte van overlevenden en met klinisch noodzakelijke factoren. Dat blijkt uit onderzoek van Jasmijn Holla (Reade), Joost Dekker (VUmc) en onderzoekers van IKNL. ‘Afgezien van de relatie met een jongere leeftijd lijkt het gebruik van ondersteunende zorg in Nederland heel billijk’, aldus de auteurs. Meer onderzoek is nodig om vast te stellen of er inderdaad sprake is van ongelijkheid in het aanbieden van ondersteunende zorg. Of hebben oudere overlevenden wellicht minder behoefte aan ondersteunende zorg?  Prognose overlevenden colorectale tumor beter met elk overleefd jaar De prognose van overlevenden van een colorectale tumor neemt toe met elk extra overleefd jaar sinds diagnose. De grootste verbeteringen zijn te zien in de eerste jaren na de diagnose. Het absolute risico om te sterven aan een colorectale tumor verminderde sterk in de tijd en was minder dan 5 procent na 5 jaar. Dat staat te lezen in een publicatie van Felice van Erning (IKNL) en collega's in de European Journal of Cancer. Inzicht in de relatieve, conditionele overleving is nuttig voor zorgverleners om patiënten te informeren en te adviseren tijdens de follow-up. Overlevenden blaaskanker hebben beperkte kennis risicofactoren ziekte De meeste overlevenden van blaaskanker hebben geen enkel idee wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn voor de ontwikkeling van blaaskanker. Dat blijkt uit een studie van Ellen Westhof en collega-onderzoekers van Radboudumc en IKNL gepubliceerd in de European Journal of Cancer. Vastgestelde risicofactoren, zoals het roken van sigaretten, worden meestal niet herkend, zelfs niet door diegenen met deze risicofactoren. Deze uitkomst duidt op beperkte kennis onder de Nederlandse bevolking over risicofactoren voor het ontstaan van blaaskanker. Volgens de onderzoekers blijft effectieve voorlichting over de preventie van (blaas)kanker om die reden belangrijk. Variatie in nazorgbehoeften onder overlevenden van kanker vergt maatwerk Onder Amerikaanse overlevenden van kanker komen veel onvervulde nazorgbehoeften voor. Desondanks geeft een aanzienlijke groep overlevenden aan geen of een lage behoefte te hebben aan (aanvullende) gezondheidszorg na kanker. Dat blijkt uit onderzoek van Belle de Rooij (Tilburg Universiteit, IKNL) en Amerikaanse onderzoekers van Massachusetts General Hospital en Harvard Medical School. Overlevenden met onvervulde nazorgbehoeften kunnen worden verdeeld in voornamelijk fysieke, voornamelijk psychologische of zowel fysieke als psychologische nazorgbehoeften. Deze grote variatie in nazorgbehoeften suggereert volgens de onderzoekers een noodzaak om patiënten te screenen, zodat op maat gemaakte interventies mogelijk zijn.  Verhoogd risico op chronische lymfatische leukemie bij overlevenden Patiënten met kanker hebben na de diagnose 90 procent meer kans om gediagnosticeerd te worden met chronische lymfatische leukemie (CLL) in vergelijking met de algemene bevolking. De kans is het grootst in het eerste jaar na de diagnose van de eerste maligniteit. Een jaar ná de diagnose van de eerste kanker hebben met name overlevenden van prostaatkanker en plaveiselcelcarcinoom van de huid een hoger risico op CLL. Onderzoeker Esther van den Broek (IKZ) en collega´s stellen dat aanvullend onderzoek gerechtvaardigd is om de mogelijke invloed van biologische en andere risicofactoren op te helderen. Meer aandacht nodig voor negatieve ziektepercepties overlevenden kanker Zorgverleners dienen (ex-)patiënten met dikkedarmkanker met negatieve ziektepercepties te identificeren en ondersteuning te bieden bij het omgaan met hun ziekte of klachten. Wanneer mensen met negatieve ziektepercepties aangemoedigd worden, zijn zij mogelijk beter in staat tot adaptief zelfmanagement. Dat advies staat te lezen in een publicatie van Melissa Thong (AMC) en collega's in de Journal of Cancer Survivorship. Uit deze studie blijkt dat negatieve ziektepercepties, zoals emoties en ervaren gevolgen van ziekte op hun leven, samenhangen met een verhoogde mortaliteit.  Diverse factoren hebben invloed op lichamelijke activiteit na darmkanker Lichamelijke activiteit kan bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid van overlevenden na kanker. Om bewegen onder deze groep mensen te bevorderen, is meer inzicht nodig in welke factoren daarbij een rol spelen. Margreet van Putten (IKNL) en collega’s onderzochten daarom met behulp van het patiëntenvolgsysteem PROFILES de relatie tussen symptomen, functionele en psychologische barrières en socio-demografische en klinische factoren die invloed uitoefenen op de lichamelijke activiteiten van overlevenden van dikkedarmkanker. Niet één specifieke, maar diverse groepen van barrières blijken hierbij een rol te spelen. Lagere kwaliteit van leven voor kankeroverlevenden met cardiovasculaire ziekte Overlevenden van kanker die ten tijde van de diagnose al hart- en vaatziekten hadden, rapporteren vaker een negatief effect op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Het gaat hierbij onder meer om hun algehele kwaliteit van leven, fysiek functioneren en symptomen als vermoeidheid en dyspneu. Dat concluderen Dounya Schoormans (CoRPS, Tilburg University) en collega’s in Acta Oncologica. Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat zorgverleners extra aandacht schenken aan deze kwetsbare groep overlevenden. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met mogelijke progressie van cardiovasculaire aandoeningen, aangezien oncologische behandelingen cardiotoxisch kunnen zijn. Positieve impact voedingsinformatie van zorgverleners op kankeroverlevenden Informatie over voeding verstrekt door zorgverleners heeft een positieve impact op de overtuigingen van overlevenden van dikkedarmkanker over de invloed van voeding op herstel en klachten na de behandeling en kans op een recidief. Herhaling van deze informatie blijft belangrijk om correcte opvattingen over voeding en kanker te versterken, aldus Merel van Veen (Wageningen University) en collega’s. Volgens de onderzoekers lijken de overtuigingen bij overlevenden sterker aanwezig wanneer zij informatie van drie verschillende zorgprofessionals ontvangen. De hypothese is dat informatie gegeven door meer dan één zorgverlener een grotere overtuigingskracht heeft op verandering van het voedingsgedrag. Kwaliteit van leven na eierstokkanker vooral verslechterd bij ouderen Jaren na behandeling van eierstokkanker hebben vooral ouderen een slechtere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in vergelijking met overeenkomstige leeftijdsgroepen in een normpopulatie. Het verschil in gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven tussen patiënten en normpopulatie is veel minder duidelijk bij vrouwen jonger dan 70 jaar. Dat blijkt uit een studie van Inez van Walree (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s gepubliceerd in Gynecologic Oncology. Een mogelijke verklaring is dat oudere overlevenden een lagere psychologische reserve hebben en te maken krijgen met een geleidelijke verslechtering van orgaanfuncties. Betere kwaliteit van leven na dikkedarmkanker bij volgen gezonde leefstijl Overlevenden van dikkedarmkanker die de aanbevelingen van het World Cancer Research Fund en American Institute for Cancer Research naleven, hebben een betere algehele gezondheidstoestand, functioneren beter en hebben minder last van vermoeidheid. Fysieke activiteit levert hieraan de grootste bijdrage, concluderen Merel van Veen (IKNL) en collega’s op basis van een PROFILES-studie. Een opmerkelijke bevinding is dat overlevenden die de aanbevelingen in hoge mate navolgden en hun dieet na de diagnose vaker hadden aangepast, juist minder vaak een voedingsadvies hadden ontvangen.   Studies naar kwaliteit van leven: ouderen nog steeds onderbelicht Bij studies naar de kwaliteit van leven van (ex-)kankerpatiënten wordt steeds vaker gebruikt gemaakt van (kanker)registraties met klinische variabelen. Deze databanken vormen een uitstekend steekproefkader voor het identificeren van subgroepen. Opvallend is dat veel studies nog steeds gericht zijn op de meest voorkomende tumoren en dat er slechts weinig studies zijn uitgevoerd naar de kwaliteit van leven van oudere overlevenden. Dat stellen Melissa SY Thong en collega's in een recent artikel in het vakblad Cancer. Met het toenemende aantal overlevenden van kanker en de eveneens stijgende diversiteit van deze ex-patiënten, neemt het belang toe van studies naar de fysieke, emotionele en sociale gezondheid van deze overlevenden. Populatiegebaseerde kankerregistraties, waarin data worden verzameld over de kankerincidentie, kunnen een belangrijke rol vervullen bij studies naar de kwaliteit van leven. In deze literatuurstudie geven de auteurs een overzicht van kankerregistraties die zijn gebruikt voor dit opkomende onderzoeksgebied. Vermoeidheid na kanker: meer aandacht nodig voor nazorg ex-patiënten Overlevenden van kanker hebben vaker te maken met aanzienlijke vermoeidheid, ook op langere termijn, in vergelijking met een normatieve populatie. De mate van vermoeidheid is afhankelijkheid van diverse factoren, waaronder het type kanker, de tijd die verstreken is sinds de diagnose, leeftijd, eerdere behandeling met chemotherapie of de aanwezigheid van een of meer comorbiditeiten. Volgens Olga Husson en collega's is het belangrijk om deze mensen te voorzien van goede informatie tijdens of na de behandeling en meer nadruk te leggen op controle en zorg van bijkomende ziekten. Bereidheid Amerikaanse (ex-)kankerpatiënten om medische gegevens te delen Overlevenden van kanker vinden het acceptabel en zijn bereid medische gegevens te delen met kankerregistraties mits deze informatie vertrouwelijk wordt behandeld. Zij zijn met name bereid om persoonlijke gegevens te delen, wanneer deze informatie wordt ingezet om de langetermijneffecten van oncologische behandelingen te helpen verbeteren. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie, waaraan ook Lonneke van de Poll (AvL-NKI, IKNL, CoRPS) heeft meegewerkt. Volgens de Nederlandse wet moeten patiënten vooraf toestemming geven voordat persoonlijke gegevens mogen worden verzameld. IKNL / Nederlandse Kankerregistratie (NKR) hebben hierover een speciale patiëntenfolder samengesteld. Significant hogere sterfte bij mannen bij kankergerelateerde vermoeidheid Kankergerelateerde vermoeidheid hangt bij mannelijke overlevenden van kanker significant samen met sterfte door alle oorzaken. Deze bevinding lijkt in het bijzonder te gelden voor mannen die behandeld zijn voor dikkedarmkanker en die daarnaast ook een cardiovasculaire aandoening hebben. Dat concluderen Salome Adam (IKNL, University of Zurich) en collega’s met gegevens van vier verschillende Profiel-studies. Volgens de onderzoekers suggereren deze bevindingen dat zorgprofessionals meer aandacht zouden moeten besteden aan het (h)erkennen en behandelen van kankergerelateerde vermoeidheid. Ook adviseren zij deze patiënten te screenen op vermoeidheid en passende interventies aan te bieden.    Psychische nood ‘bemiddelt’ in relatie tussen neuropathie en vermoeidheid Overlevenden van dikkedarmkanker die te maken hebben met chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie rapporteren meer vermoeidheid. Dit geldt met name voor personen die angstig en/of depressief zijn, zo blijkt uit onderzoek van Cynthia Bonhof (CoRPS (Tilburg University) & IKNL). Niet uitgesloten is dat er ‘tweerichtingsverkeer” plaatsvindt tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood. Aanvullend onderzoek is nodig om de relatie tussen psychische nood, neuropathie en vermoeidheid te helpen verklaren. Tot die tijd adviseren de onderzoekers bij de behandeling van vermoeidheid meer aandacht te schenken aan patiënten met psychische nood. Predictiemodel kan bijdrage leveren aan verzekerbaarheid (ex-)patiënten Overlevenden van borstkanker ondervinden na de behandeling vaak problemen met het afsluiten van een levensverzekering. Hogere premies en afwijzingen zijn gebruikelijk. Onderzoekers van IKNL hebben in samenwerking met het Verbond van Verzekeraars en Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) een predictiemodel ontwikkeld dat het extra sterfterisico inschat van (ex-)patiënten met borstkanker, rekening houdend met het aantal jaren dat zij hebben overleefd. Het model wordt een jaar ingezet, waarna de resultaten meegenomen worden in discussies tussen NFK en het Verbond van Verzekeraars. De verwachting is dat het model bijdraagt aan betere verzekerbaarheid van (ex-)patiënten. Lage gezondheidsgeletterdheid heeft negatieve invloed op kwaliteit van leven Overlevenden van dikkedarmkanker met een relatief lage gezondheidsgeletterdheid en kennis over gezond gedrag, hebben een slechtere kwaliteit van leven en vaker last van angstige en depressieve gevoelens. Dit hangt mede samen met minder lichaamsbeweging en een hogere rookfrequentie. Volgens Olga Husson en collega's dienen zorgverleners bij het geven van informatie en leefstijladvies rekening te houden met het niveau van geletterdheid van de patiënt om ervoor te zorgen dat de informatie aankomt en leefstijladviezen worden opgevolgd. Survivorship Care Plan: betere communicatie tussen huisarts & specialist Het aanbieden van een Survivorship Care Plan aan huisartsen die in hun praktijk te maken hebben met patiënten met endometrium- en eierstokkanker lijkt een positief effect te hebben op de communicatie tussen huisarts en medisch specialist. Voorwaarde is wel dat dit Survivorship Care Plan beknopt geformuleerd is en gericht op de behoeften van de huisarts. Dr. Nicole Ezendam (IKNL) en collega's stellen dat overlevenden mogelijk ook kunnen profiteren van deze betere informatievoorziening mede gelet op de steeds grotere rol van huisartsen in de oncologische zorg. Kwaliteit van leven en gezondheidsgedrag hangt samen met persoonlijkheid Overlevenden van dikkedarmkanker die hoog scoren op ‘negatieve affectiviteit’ zouden kunnen profiteren van meer patiëntgerichte zorg door het aanbieden van een op maat gesneden aanpak. Zorgverleners dienen daarbij alert te zijn op de neiging van patiënten om negatieve emoties te ervaren en hun ziekte en gedrag negatief te evalueren. Dat schrijven Olga Husson en collega’s in de Journal of Psychosocial Oncology op basis van een studie naar de invloed van type-D-persoonlijkheid. Volgens de onderzoekers is het zinvol om strategieën op lange termijn te ontwikkelen om patiënten met chronische aandoeningen beter te ondersteunen met een individuele benadering.  Onderzoekers adviseren (ex-)kankerpatiënten: blijf in beweging! Een studie van Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers toont opnieuw aan dat regelmatig bewegen voordelen heeft voor overlevenden van kanker. Zo stimuleert drie uur per week lopen (of meer) de vitaliteit en gezondheid van mannen die prostaatkanker hebben overleefd. En vrouwen en mannen die regelmatig wandelen na behandeling van een colorectale tumor, rapporteren minder gevoelloosheid, tintelingen, branderig gevoel of verlies van reflexen. Dit zijn enkele bevindingen in twee recent gepubliceerde studies in Springer's Journal of Cancer Survivorship over de voordelen van voldoende bewegen door (ex-)kankerpatiënten. Verminderde arbeidsparticipatie 5 tot 10 jaar na borstkanker nog aanwezig Werkgerelateerde factoren, zoals ondersteuning ervaren op het werk, werken naar eigen vermogen of mogelijkheid om werkuren aan te passen, hangen bij overlevenden van borstkanker 5 tot 10 jaar na diagnose nog steeds samen met beperkte werkparticipatie, terwijl klinische factoren hierbij geen significante rol lijken te spelen. Dat blijkt uit een cross-sectionele studie van Sietske Tamminga (Amsterdam UMC) en collega’s. Volgens de onderzoekers kunnen nog te ontwikkelen werkgerelateerde interventies mogelijk bijdragen aan het voorkomen of beperken van deze effecten. Hierbij kan gedacht worden aan hulpmiddelen voor werkgevers, ondersteuning van zorgprofessionals tijdens het gehele zorgtraject en instrumenten voor huisartsen. Meer aandacht nodig voor verminderd functioneren vrouwen na borstkanker De meeste gezondheidssymptomen die na de behandeling van borstkanker optreden, hangen samen met een verminderd functioneren van deze vrouwen in het dagelijks leven. Dat concluderen Kelly de Ligt (IKNL) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Zorgprofessionals zouden meer ondersteuning kunnen bieden aan (ex-)patiënten om deze behandelgerelateerde gezondheidssymptomen te verlichten of hen te helpen hiermee om te gaan. Zelfs jaren na de behandeling zijn er mogelijkheden om het functioneren van overlevenden van borstkanker te verbeteren. 3e Nationale Kankeroverleverschap Symposium vrijdag 13 april in Utrecht Steeds meer mensen overleven kanker als gevolg van verbeteringen in de oncologische zorg. Bijna tweederde van de patiënten met kanker in Nederland is vijf jaar na de diagnose nog in leven. Naar verwachting stijgt het aantal overlevenden rond 2022 met 35%. Deze toename is een fenomenaal succes. Maar het plaatst zorgverleners ook voor nieuwe uitdagingen, zoals het monitoren van mogelijke recidieven en omgaan met langetermijneffecten. Deze en andere onderwerpen staan vrijdag 13 april op het programma van het 3e Nationale Kankeroverleverschap Symposium in de Jaarbeurs Utrecht. De bijeenkomst is georganiseerd door Quadia en wordt ondersteund door IKNL en is primair bedoeld voor medische professionals.   Oratie prof. Lemmens over kankerzorg in Nederland: ‘Doing better, feeling worse’ Prof. dr. Valery Lemmens, hoofd van de afdeling Onderzoek van IKNL, houdt vrijdag 5 juni 2015 zijn inaugurele rede bij de aanvaarding van de bijzondere leerstoel Kankersurveillance aan Erasmus MC in Rotterdam. Volgens prof. Lemmens staat de zorg in Nederland de komende jaren voor grote uitdagingen vanwege het stijgend aantal patiënten met kanker, de oplopende leeftijd van deze patiënten en het aantal overlevenden dat een beroep zal blijven doen op de zorg. Voorafgaand aan de oratie van prof. Lemmens vindt een symposium plaats. Invloed (type) behandeling op kwaliteit van leven dikkedarmkankerpatiënten Er lijkt geen reden te zijn om patiënten met dikkedarmkanker adjuvante chemotherapie te onthouden voor wat betreft langetermijneffecten op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven of ziektespecifieke symptomen. Dat concluderen drs. Simone Verhaar (TweeSteden Ziekenhuis), prof. dr. Lonneke van de Poll (IKNL) en collega’s op basis van een studie onder 1.600 overlevenden van dikkedarmkanker die tussen januari 2000 en juni 2009 werden gediagnosticeerd. De bevindingen gelden zowel voor patiënten ouder als jonger dan 70 jaar, en ongeacht of zij uitsluitend chirurgie of een combinatie van chirurgie en adjuvante chemotherapie kregen. Sociaal en maatschappelijk Veel mensen ervaren sociale en maatschappelijke gevolgen van kanker. De deelname aan de maatschappij wordt negatief beïnvloed. Denk aan hun toekomstverwachtingen. Maar ook aan studies, betaald werk of vrijwilligerswerk, een hypotheek afsluiten en sociale participatie. In vergelijking met mensen die geen kanker hebben gehad, betalen overlevenden bijvoorbeeld hogere premies voor een levensverzekering. Bewegen heeft positief effect op welbevinden na dikkedarmkanker Deze studie heeft tot doel de relatie op lange termijn te onderzoeken tussen lichaamsbeweging en de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven onder overlevenden die behandeld zijn voor dikkedarmkanker. Personen die tussen 2000 en 2009 waren gediagnosticeerd met dikkedarmkanker en opgenomen in de kankerregistratie kwamen in aanmerking om deel te nemen aan deze studie. Allen ontvingen op drie momenten een uitnodiging om een Profiel-vragenlijst in te vullen met een interval van 1 jaar. Het effect van lichaamsbeweging op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven werd in de tijd geschat met behulp van longitudinale analysetechnieken. Niet-deelnemers aan PRO-studies hebben slechtere overleving dan deelnemers De kenmerken van niet-deelnemers aan patiëntgerapporteerd onderzoek (PRO) kunnen significant verschillen ten opzichte van overlevenden die wél deelnemen aan dergelijke studies, blijkt uit onderzoek van Belle de Rooij (Tilburg University, IKNL) en collega’s. Daarin is een vergelijking gemaakt tussen sociaal-demografische & klinische kenmerken en overlevingscijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) met gegevens van deelnemers en niet-deelnemers aan PROFILES-studies. Dit betekent dat zelfs PRO-studies met een relatief hoge participatiegraad mogelijk gezondere patiënten vertegenwoordigen. Daarom zijn extra strategieën nodig om de participatiegraad van niet-deelnemers te verhogen. Kankergerelateerde vermoeidheid: rekening houden met klassen en subtypen Patiënten die behandeld zijn vanwege kanker hebben vaak last van vermoeidheid. Uit onderzoek van Melissa Thong (AMC) en collega’s blijkt dat kankergerelateerde vermoeidheid ingedeeld kan worden in drie klassen met specifieke kenmerken. Dit betekent volgens de onderzoekers dat bij toekomstige interventies rekening gehouden dient te worden met deze subtypen kankergerelateerde vermoeidheid. Eerst is echter aanvullend onderzoek nodig om te kijken of de geïdentificeerde subtypen stabiel blijven of wijzigen tijdens de follow-up, omdat veranderingen gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van interventies.  Lage SES en mentaal welzijn bij (ex-)kankerpatiënt: voor- of nadeel? Er zijn aanwijzingen dat een lage sociaaleconomische status (SES) de mentale gezondheid kan beïnvloeden, zowel negatief als positief, bij (ex-)patiënten met dikkedarm- en endeldarmkanker. Het is voor het eerst dat dergelijke bevindingen uit een studie naar voren komen. Dat schrijft Prof. Andrykowski van de University of Kentucky College of Medicine (VS) in samenwerking met onderzoekers van het IKZ in de publicatie ‘Low socioeconomic status and mental health outcomes in colorectal cancer survivors: disadvantage? advantage? ... or both?'. Meer aandacht nodig voor individuele informatievoorziening patiënt De informatievoorziening aan patiënten met kanker is niet optimaal. De oorzaak hiervan kan zijn dat de verstrekte informatie niet is aangepast aan de mentale gezondheidstoestand van kankerpatiënten of dat de informatie als ‘onvoldoende’ wordt ervaren. Dit kan angstige en depressieve symptomen en klachten oproepen bij patiënten, zo blijkt uit onderzoek van Nienke Beekers (IKNL) en collega’s. Ze stellen daarom voor om meer aandacht te besteden aan het optimaliseren van de informatievoorziening aan patiënten door deze aan te passen aan de individuele behoeften.  Patiënt met meervoudig melanoom heeft slechtere overlevingskans De incidentie van melanoom is de afgelopen 20 jaar in Nederland fors toegenomen. In dezelfde periode zijn de overlevingskansen van patiënten met deze ziekte significant verbeterd met als gevolg dat er steeds meer overlevenden zijn met een verhoogd risico op het krijgen van een nieuw melanoom. Uit population-based onderzoek van Luba Pardo (Erasmus MC) en collega’s blijkt dat patiënten met twee of meer melanomen een hoger overlijdensrisico hebben vergeleken met patiënten met één melanoom, onafhankelijk van de Breslow-dikte, histopathologisch subtype en de aanwezigheid van nodulaire en afstandsmetastases. Volgens de onderzoekers is hoogwaardige informatie nodig voor patiënten over het uitvoeren van zelfonderzoek en risico's van latere melanomen. Arts moet meer aandacht schenken aan comorbiditeiten kankerpatiënt Kankerpatiënten met bijkomende ziekten hebben vaker een lagere, gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Deze bijkomende ziekten verklaren meer van de variatie in fysiek en emotioneel functioneren, pijn en vermoeidheid in vergelijking met sociaal-demografische factoren en kanker karakteristieken, ongeacht het type kanker. Volgens onderzoeker Pauline Vissers, Integraal Kankercentrum Zuid (IKZ) en collega's moeten artsen zich meer bewust gaan worden van de invloed van comorbiditeiten op de kwaliteit van leven van deze patiënten.  Website over voeding en kanker vult leemte in betrouwbare informatie De website www.voedingenkankerinfo.nl die in 2014 door IKNL, Wageningen UR en de Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie is gelanceerd, voorziet op basis van het aantal bezoekers in een duidelijke behoefte aan evidence-based informatie en betrouwbare ervaringsinformatie over voeding en kanker. Dat stellen Merel van Veen (IKNL) en collega’s in een artikel in JMIR Research Protocols. De website werd in het eerste jaar na de lancering door ruim 90.000 mensen bezocht. De ingediende vragen van bezoekers gingen meestal over kankerpreventie en voeding tijdens de behandeling van kanker. Vaker klachten na uitwendige radiotherapie bij endometriumcarcinoom Vrouwen met endometriumcarcinoom die uitwendige radiotherapie kregen, hebben 7 jaar na die behandeling meer last van darmklachten met een impact op hun dagelijkse activiteiten. Ook hebben zij vaker te maken met andere klachten, zoals aandrang om naar het toilet te gaan. Hoewel deze symptomen en klachten niet direct leiden tot een slechtere algehele kwaliteit van leven, is het delen van deze informatie met de patiënt wel belangrijk. Verder adviseren Stephanie de Boer (Leiden UMC) en collega’s uitwendige radiotherapie alleen toe te passen wanneer de voordelen opwegen tegen de risico’s van bijwerkingen.  Pleidooi voor screenen op darmkanker na behandeling van hodgkinlymfoom Mensen met een hodgkinlymfoom die in het verleden zijn behandeld met infradiafragmatische radiotherapie en een hoge cumulatieve dosis procarbazine, zouden elke vijf jaar onderzocht moeten worden op darmkanker. Dat pleidooi houden Anne van Eggermond (NKI-AvL) en collega’s in de British Journal of Cancer naar aanleiding van een omvangrijke studie met NKR-data. Het idee is om deze mensen tien jaar na de eerste bestraling, maar niet voor de leeftijd van 35 jaar, elke vijf jaar uit te nodigen voor een coloscopie. De onderzoekers wijzen er op dat deze uitkomsten met enig voorbehoud geïnterpreteerd dienen te worden, omdat nog niet exact bekend is hoe groot het risico is op een tweede maligniteit. Bijwerkingen na prostaatkanker vooral geassocieerd met behandeling Bijwerkingen die mannen na behandeling van prostaatkanker ervaren, hangen vooral samen met de medische behandeling die zij hebben gekregen. Andere risicofactoren zijn complicaties tijdens de biopsie, aanwezigheid van comorbiditeit(en) en fysiek functioneren voor de behandeling. Dat blijkt uit een grote, population-based studie van onderzoekers van de Universiteit Twente, IKNL en collega’s uit Ierland en Noord-Ierland gepubliceerd in de European Journal of Cancer Care. De uitkomsten van deze studie kunnen worden gebruikt om patiënten en artsen beter te informeren over de risico’s op het ontstaan van bijwerkingen bij specifieke behandelingen. Kwaliteit van leven patiënt verbeterd zes maanden na gynaecologische tumor Patiënten met endometrium- en ovariumcarcinoom rapporteren een verbeterde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven binnen zes maanden na initiële behandeling. Dat schrijven Nathalie Zandbergen en collega’s in een publicatie in Acta Oncologica. Sommige subgroepen hebben mogelijk extra ondersteuning nodig, omdat zij in de loop van de tijd minder kans hebben op verbetering van hun kwaliteit van leven. Het gaat hierbij om patiënten met meerdere comorbiditeiten, met een gevorderd tumorstadium en patiënten die behandeld zijn met chemotherapie. Zorgplan afstemmen op individuele behoeften patiënt Het standaard aanbieden van een (na)zorgplan aan álle patiënten met eierstok- of baarmoederkanker lijkt niet zinvol. Patiënten die actief op zoek zijn naar informatie over hun ziekte kunnen daar baat bij hebben. Echter, bij patiënten die medische informatie liever vermijden kan een (na)zorgplan zelfs leiden tot schadelijke effecten. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Survivorship care planning. For women with a gynecological cancer: does information heal or hurt?’ van Belle de Rooij (IKNL, Tilburg University). Volgens de promovenda dienen (na)zorgplannen veel beter afgestemd te worden op de informatiebehoeften van individuele patiënten.